Almeerse zorgcentra en ouderenzorg uniek in jaren 80

Zorgcentra als de Overloop (`1984), de Kiekendief (1987) en de andere drie, samen met verpleeghuis Polderburen vormden die een Almeers succes. De huisartsen zorgden voor de verzorgingshuizen, samen met de wijkverpleging. De verpleeghuisarts zorgde voor het verpleeghuis. Tijdelijk iemand opnemen in de Overloop werd geregeld, voor een weekend bijvoorbeeld als de wijkverpleging dat weekend niet voor elkaar kreeg. Die verpleeghuisarts zorgde dat overal de hekken van verpleegbedden verdwenen bij verwarde patiënten en het vastbinden verbood hij. Verwarde patiënten klauterden namelijk over die hekken en braken van alles. De oplossing was het bed laag te zetten, zonder hek, met een matras er naast, zodat die verwarden zachtjes vielen. Geen botbreuken meer. Dit was landelijk nieuws.

Dit stelsel van zorgcentra met aanleunwoningen, lichte zorg en zware zorg in één gebouw, dat moest in de jaren 80 landelijk bevochten worden. Landelijk was er namelijk nogal wat conservatisme aan de financiële kant, want de financiering van wonen, verzorgingshuis en verpleeghuis moest in elkaar geschoven worden wat tot dan toe drie gescheiden circuits waren. Het is gelukt, de eerste integrale zorgcentra van aanleunwoning tot en met dementiebedden onder één dak. Het personeel, huisartsen en wijkverpleging hadden dezelfde werkgever waardoor er geen domeinstrijd was. Nu kon de zorg de verslechterende patiënt volgen, zonder dat de patiënt een paar keer moest verhuizen. We hebben nooit echtparen uit elkaar hoeven halen. Want met alle zorgniveau’s in huis kun je in de ene kamer de ernstig zorgbehoeftige plaatsen en in de aanleunwoning of zelfs in de kamer ernaast de partner met matig zorgbehoefte. Zorg volgt patiënt, niet andersom.

Bij dementie waren dag- of nachtopnames mogelijk als de partner uitgeput raakte. Die financieringscode bestond niet, maar het is wel gedaan. Dan werd het aantal dagen geleidelijk aan uitgebreid tot volledige opname nodig was. Dan was er geen strijd bij die definitieve opname, want het ging allemaal geleidelijk.

We hebben zelfs een hospicebed in de Overloop gehad, waar eerst de wijkverpleging voor zorgde die diezelfde patiënt ook thuis al verzorgd had, samen met de eigen huisarts. Financieel was dat weer lastig, want zonder 100% bezetting draaide de boel financieel negatief. En een sterfbed krijg je nooit 100% bezet. De Overloop directie kreeg het voor elkaar, 100% financiering van dat ene bed bij 70% bezetting.

De Overloop hoorde bij het dorp. Zo kon de kleindochter op de Meergronden in haar schoolpauze even op de thee bij oma in de Overloop; 100 meter lopen. Uniek in Nederland en wij waren er trots op.

Nico van Duijn, 21 september 2026