Maand: juni 2011

Dokters zonder kanker

Dokters krijgen geen kanker. Nou ja, andere dokters soms wel, maar ik zelf niet, nu niet tenminste, later misschien. En dan zie ik het wel. Patiënten, die krijgen wel eens kanker. Patiënten kunnen tevoren ongerust of angstig zijn daarvoor. Dokters niet. Dokters zijn ongerust of zelfs angstig voor wat anders, namelijk een kankerdiagnose te missen, bij patiënten. In die bezorgde denkwereld speelt het eigen lijf geen rol. 

Geen angst

Op vakantie in de Pyreneeën moet er natuurlijk gefietst en gewandeld worden. Al te stoere wandeltochten probeer ik te vermijden, want een beetje hoogtevrees heb ik wel. Een klein vreesje maar. Een berg op met veel bomen, dat is prima. Maar een uitgehakt rotspaadje langs een afgrond van 100 meter diep, dat is me te bar. Tintelen in mijn maag, kriebels in mijn kuiten. Het is eigenlijk heel normaal. Eigenlijk is het geen hoogtevrees. Het is besef van de werkelijkheid.

Niet-symptomen

Symptomen zijn kenmerken van ziekte, bouwstenen voor diagnoses. Ze zijn er in soorten. Gebruikelijk doen we het met symptomen die er zijn, soms met symptomen die ontbreken, de “niet-symptomen”.

Blauwe nagels bij traplopen en roze in rust is een sterk symptoom voor ernstig zuurstofgebrek. Samen met een diepe, smerige hoest en koorts is het een sterk setje symptomen. Dan is het een ernstige longontsteking. Allerlei uitzonderingen zijn mogelijk, zoals  longontsteking met hartfalen samen. Maar het blijft een zekere longontsteking. Nou ja, bijna zeker. Want 100% zeker krijg je niet in de geneeskunde en zelfs dat is niet 100% waar.

Symptomen die er niet zijn geven ook zekerheid.