Maand: maart 2017

Kwaliteit niet meten, maar beoordelen

Kwaliteit kun je niet meten, maar wel zien, als je het vak kent. Bovendien, de gemiddelde kwaliteitsscore is niet interessant. Het gaat om die paar procent slechte dienstverleners. Dat is wat mensen irriteert. Daar vallen de brokken. Die wil je opsporen. Daar wat aan doen is ook nog makkelijker dan een ‘integrale kwaliteitsslag’. Kwaliteitssystemen, privacy waarborgen, vinkjes zetten en analyse kosten bakken met geld. Weggegooid geld. Handiger is met globale cijfers de 5% beroerdste opsporen. Dat heet screening. Dat is goedkoop. Denk aan screening op standaardgegevens als wachttijden, complicaties, veel klachten of hoge kosten. Met screening mis je een paar zwakke dienstverleners. Accepteer dat. Aan de ander kant

Discrimineren is normaal

Niemand zegt dat hij discrimineert. Ik wel. Ik maak onderscheid tussen mensen. Ik zou niet weten hoe ik zonder kan. Daar zit ervaring achter, verhalen van anderen, cijfers en mijn vooroordelen. Komt kwaadaardig discrimineren veel voor? Niet dat ik weet. Een beetje onterecht discrimineren gebeurt heus wel, het onderscheid maken, zonder persoonlijk te worden. Je zit er wel eens naast. Erg is dat niet. Je mag een mening hebben, vooroordelen zelfs, over mensen. Discrimineren heet ook wel “Profileren”. Dit is nodig in veel beroepen. Anders kunnen de autohandelaar, de dokter en de politieagent hun werk niet doen. Profileren is professioneel kansen schatten. Meer is het niet. Als ik mijn telefoontje even uitleen aan iemand die zijn moeder wil bellen, dan profileer ik natuurlijk ook. Een Roma-achtige jongedame

Drang en geduld

De drijfveren van een draufgänger, ze drijven langzaam weg. Het is geen droevig ‘thoeftnietmeer’, noch een opgelucht ‘eindelijk’. Het is verbaasd in de spiegel kijken. Er is geen dringende drukte meer. Zou ik op de andere extreem gaan lijken? Op mensen die altijd al meedrijven op hun leven, desnoods op andermans vlotje? Mensen die nooit uitdagingen begretigen? Of op mensen die altijd al in balans zijn geweest, de bofkonten? Nou ja, ik ben de laatste 55 jaar een gedreven mens geweest. Maar die drive druppelt langzaam weg. Draagkracht is zelden een probleem geweest. Daarom vond iedereen dat ik hard werkte. Ik niet. Zeker, uitputting ken ik, zoals de laatste keer toen ik 24 uur geslapen heb, op de Intensive Care, met onschuldige borstpijn. Ook weer opgelost. Die drijfveren hadden te maken met wat je doet, dat ook goed doen, steeds beter eigenlijk. Eerst zelf, daarna het anderen uitleggen hoe dat moet. Draufgängers heb je in elk vak, in elk leven. Meubelmakerij, zorgen of belastingexpertise is het voor anderen. Voor mij was dat alles willen snappen, dokteren, les geven, schrijven en gemeenteraadswerk. Dat die drang wegdrijft komt niet door gepensioneerd zijn. Het is omgekeerd. Het komt ook niet

Stop met specialiseren

Specialisatie, het is erg hip. Huisartsen en specialisten, iedereen doet er driftig aan mee, omdat het zo leuk is iets goed te kunnen. Verzekeraars doen het ook, maar zij noemen het ‘kwaliteit’. Leuk of kwaliteit, het gaat een keertje mis met dat gespecialiseer. De hele dag ontzettend knap kunstknieën plaatsen haalt het dokteren uit het vak. Aan zo’n orthopedisch chirurg heb je in de dienst niet veel als je een mank kind verwijst. En wat moet je met een ontregelde diabeet als de Hodgkin-internist achterwacht heeft? Huisartsen zijn eveneens dit pad ingeslagen. Het aanvankelijke enthousiasme van huisartsen met een bijzondere vaardigheid is doodgeknuffeld door de NHG bureaucraten. Een vierjarige opleiding is er van gemaakt, kaderartsen heten zij; beleidsdokters dus. Dokteren in hun hobby wordt niet aangemoedigd. Ze implementeren beleid, geven bijscholing en schrijven nieuwe protocollen. Notulen en powerpoints, meer is het niet.
Laten we maar aannemen dat