254 Waterwoorden, Glossarium Aqua Neerlandica

Eskimo’s zouden tientallen soorten sneeuw en ijs onderscheiden. Zeelieden onderscheidden vroeger de bramzeilbries van de labberkoelte. En bergbewoners kennen meer steiltes dan onze heuvels en dalen. Hoeveel woorden gebruiken wij voor water en alles eromheen? Sloot, gracht, kanaal en vaart zijn voor Neder­landers vier verschillende watergangen die de Engelsen allemaal ‘canal’ zullen noemen. Wij onderscheiden 20 soorten dijken, 7 soorten boezems en 6 soorten sluizen.

De overeen­komst in deze reeks is steeds ‘water ergens in, iets in het water, waterwerken, natuurlijk of kunstmatig. Golf, fjord en stuwmeer zijn te buitenlands. Randmeer, spaarbekken en zuigerput zijn moderne woorden, maar eeuwenoude woorden als rak, mui en kwelder zijn nog steeds in gebruik.

Onze natte geschiedenis is rijk, onze natte woordenschat ook.

versie 31 december 2025

  1. A, Aa, Ae
  2. Afwatering
  3. Aquaduct
  4. Baai
  5. Bedding
  6. Beek
  7. Bekken
    1. bergbezinkbassin
    1. spaarbekken
    1. waterbekken
  8. Bermsloot
  9. Boezem
    1. benedenboezem
    1. besloten boezem
    1. bovenboezem
    1. hoge boezem
    1. lage boezem
    1. tussenboezem
    1. vrije boezem
  10. Bovenwater
  11. Branding
  12. Braak
  13. Brekken
  14. Breriviermond
  15. Broek
  16. Bron
  17. Caisson
  18. Daliegat
  19. Dam
  20. Delf
  21. Delta
  22. Diep
  23. Dijk
    1. achterdijk
    1. bandijk
    1. binnendijk
    1. droge dijk
    1. dromerdijk
    1. dwarsdijk
    1. groene dijk
    1. inlaagdijk
    1. leijdijk
    1. natte dijk
    1. omringdijk
    1. ringdijk
    1. schaardijk
    1. slaperdijk
    1. stuifdijk
    1. wakerdijk
    1. winterdijk
    1. zanddijk
  24. Dijkput
  25. Dobbe
  26. Doorbraakgat
  27. Draaikolk
  28. Drainagebuis
  29. Droogmakerij
  30. Drijfzand
  31. Duiker
    1. klepduiker
  32. Duinrel
  33. Duinpan
  34. E, Ee
  35. Eb
    1. ebstroom
  36. Estuarium
  37. Gat
    1. zeegat
  38. Gemaal
  39. Getijdenstroom
  40. Gracht
  41. Greppel
  42. Grift
  43. Geul
  44. Goot
  45. Gors, groeze, groes
  46. Grondwater
  47. Hank
  48. Hevel
  49. Hollestelle
  50. Inham
  51. Inlaag, inlaagpolder
  52. Inlaat
  53. Inundatie
  54. Kade, kaai
  55. Kanaal
  56. Kil
  57. Krib
  58. Kwelder
  59. Kwel
    1. kwelwater
    1. kwelbeek
  60. Kolk
    1. molenkolk
    1. sluiskolk
  61. Kom
  62. Komberging
  63. Kreek
    1. getijdenkreek
  64. Laagwater
  65. Lee, Leede
  66. Maar
  67. Meander
  68. Meer
  69. Moeras
  70. Moer
  71. Molentocht
  72. Mui
  73. Muiden
  74. Onderstroom
  75. Ondiepte
  76. Overlaat
  77. Overloop
  78. Overstort
  79. Overtoom
  80. Overstroming
    1. overstromingsvlakte
  81. Peilmerk
  82. Peilbout
  83. Peilhuisje
    1. peilschaalhuisje
  84. Peilschrijver
  85. Petgat
  86. Pier
  87. Pingo
  88. Polder
    • inlaatpolder
  89. Priel
  90. Put
    1. waterput
    1. regenput
    1. afvoerput
    1. rioolput
  91. Plaat
    1. zandplaat
  92. Plas
  93. Poel
  94. Pijpwel
  95. Rak
  96. Randmeer
  97. Rede
  98. Regenplas
  99. Regenton
  100. Ringvaart
  101. Ringwalburg
  102. Riool
  103. Rivier
    1. rivierloop
    1. rivierarm
    1. dode rivierarm
    1. rivierbed
    1. rivierpand
    1. riviervak
    1. rivierengte
    1. riviermond(ing)
  104. Sas
  105. Schol
  106. Schor, schorre
  107. Schotbalk
  108. Schut
  109. Singel
  110. Slenk
  111. Slibdepot
  112. Slikken
  113. Sprank
  114. Sloot
  115. Slufter
  116. Sluis
    1. duikersluis
    1. inlaatsluis
    1. schutsluis
    1. spuisluis
    1. tussensluis
    1. waaiersluis
  117. Spreng, sprang
    • sprengkop
    • sprengbeek
  118. Spui
  119. Strandhoofd
  120. Strank
  121. Strekdam
  122. Stroom
  123. Stroomgebied
  124. Stroomversnelling
  125. Stortvloed
  126. Strubbe
  127. Stuw
    1. balgstuw
  128. Terp
  129. Trechtermond
  130. Trekgat
  131. Trekvaart
  132. Toom
    1. overtoom
  133. Tocht
  134. Uiterwaard
  135. Vaargeul
  136. Vaart
    1. trekvaart
    1. ringvaart
  137. Ven
  138. Verlaat
  139. Vliet
  140. Vloed
    1. vloedstroom
  141. Vloedkom
  142. Vloedplank
  143. Vloeiweide
  144. Voorde
  145. Vijver
  146. Waaier
    1. waai
  147. Waal
  148. Wadi
    1. kwelwadi
  149. Wadden
  150. Wal
    1. lagerwal
    1. hogerwal
  151. Wantij
  152. Waterbassin
  153. Waterbekken
  154. Waterberging
  155. Watergang
  156. Watering
  157. Waterkering
  158. Waterlinie
  159. Waterloop
  160. Waterval
  161. Watervoerend pakket
  162. Welput
    1. welpijp
  163. Wetering
    1. voorwetering
  164. Wetland
  165. Werf, werve
  166. Wiel
  167. Wierde
  168. Wijk
  169. IJ
  170. Zee
    1. binnenzee
    1. waddenzee
    1. ijszee
  171. Zeearm
  172. Zeegat
  173. Zijl, siel, syl
  174. Zinkstuk
  175. Zomerbed
  176. Zoutmoeras
  177. Zuigerput
    1. zandzuigerput
    1. zandput
  178. Zwin

254 Waterwoorden, Glossarium Aqua Neerlandica Read More »

Peter de Jonge, oud-bestuurder

interview voor de Havenaar, 22 november 2025

Peter de Jonge behoorde in 1976 tot de eerste honderd bewoners van Almere, toen 24 jaar oud. Al vlot rolde hij in het lokale bestuur, eerst in 1977 in de Adviescommissie, de pendant van de gemeenteraad, in 1978 in het Dagelijks Adviescollege, de pendant van het college van wethouders tot 1986. Adviescommissie? Ja, want er was nog geen gemeente, er was geen democratie. De bestuursvorm was die van een Openbaar Lichaam, genaamd de Zuidelijke IJsselmeerpolders. Die mondvol werd afgekort tot de ZIJP. Dat Openbaar Lichaam viel onder het ministerie van Binnenlands Zaken, dus royaal bekeken direct onder de Koningin. Deze constructie is ook gebruikt vóór de gemeentewording van Dronten en Lelystad uitgevonden door landdrost Otto. In 1976 volgde Han Lammers hem op als landdrost en ook hij stelde een Adviescommissie en een Adviesraad in, vergelijkbaar met een gemeentebestuur. Er zijn verkiezingen georganiseerd, politieke partijen werden opgericht. Lammers als landdrost werd eigenlijk een soort burgemeester met gemeenteraad. Koningin Beatrix hebben we het nooit gevraagd, maar we denken dat ze dit in haar naam goed geregeld vond. In ieder geval heeft ze in 1981 een koningslinde geplant. wat overigens een leuk verhaal apart is (zoek op IVN.nl Beatrixlinde).

In 1984 werd Almere een echte gemeente, Lammers werd een echte burgemeester en Peter de Jonge een echte wethouder. In 1986 werd Lammers vanzelfsprekend Commissaris van de Koningin, vanzelfsprekend, want Beatrix wist inmiddels goed de weg. Peter de Jonge werd behalve wethouder ook waarnemend landdrost. Maar waarvan? Want de hele polder was nu gemeentelijk ingedeeld. Peter bleek landdrost van de rest, het Markermeer en de Houtribdijk. Daar was geen democratie nodig, want er woonde niemand. Onder druk van de milieubeweging – ja, ook toen hadden we dergelijk schaduwbestuur – is in 1986 besloten de Markerwaard niet in te polderen. Peter bleef de bestuurder van een plas water. Veel werk was dat niet. Er zijn nooit voetbalrellen op het Markermeer geweest.

Bij de start van Almere is hij net als de andere honderd actief geweest in van alles. Medeoprichter PvdA, het Filmhuis op poten zetten, voetbalvereniging SV Almere helpen oprichten, daar ook voetballen, naar verluid nogal fanatiek, en spelen in het zaalvoetbalteam  van de PvdA ‘10 over Rood’.

Dat bestuurlijke, hij is er gewoon ingerold, maar al gauw vond hij besturen leuker en leuker. In de jaren zeventig was het ook niet veel werk en dus was er ruimte om veel te studeren. Dat was best nodig, want bij zijn studie Nederlands werd er niet lesgegeven in financiën, bestuurskunde, wetten en planologie.

Samen met anderen iets tot stand brengen, dat is altijd een genoegen geweest. En een mens leert. Zo heeft hij slag gekregen van financiën, bouwen en stadsontwikkeling. Dan is het wel oppassen als burgemeester in een college van wethouders, want het is niet de bedoeling dat een burgemeester het voortouw neemt omdat hij er toevallig wat van af weet door zijn Almeerse ervaringen; dat past namelijk de wethouder. Sociaal manoeuvreren, hij heeft het al doende geleerd.

In 1988 werd hij benoemd tot burgemeester van het Brabantse Halsteren, inderdaad bij Koninklijk Besluit. Van 1993 tot 2011 is hij burgemeester van Heereveen geweest en van 2013 tot 2018 waarnemend burgemeester van Hoogezand-Sappemeer.  

Halsteren was een klein Brabants dorp, met de bijhorende lokale cultuur. Het Friese Heereveen was geheel anders. Dat is toch een stevige stad, met veel sport activiteiten waaronder professioneel voetbal, skûtsjesilen, een enorm sportcentrum en het beroemde ijsstadion. Die voetbalbezoekers, daar hadden ze eigenlijk geen problemen mee, al vergt het elke keer wel enig werk voor burgemeester en politie. Narigheid met hooligans, elders soms grootschalig en heftig, dat is in Heereveen beperkt gebleven tot een korte periode met een klein groepje. Want Friezen, dat is rustig volk. En de mensen in Hoogezand-Sappemeer zijn weer anders. Dat zijn Groningers, directer dan Friezen en veel minder geneigd op te kijken naar het gezag. Hij vond dat wel leuk, en leek op de stijl van Almeerders.

Tegenwoordig varen ze veel met hun zeiljachtje en is hij weer actief in het vrijwilligerswerk. Hij geeft taalles aan Syriërs, is voorzitter van Erfgoed Joure en is vrijwilliger bij de landelijke stichting Knarrenhof. Hiervoor begeleidt hij op vijf plekken een groepje mensen die zo’n kleinschalig wooncomplex voor ouderen willen opzetten volgens deze landelijke methode. In Almere is ook een Knarrenhof groepje, sinds 7 jaar zonder enige voortgang. Onze Havense woningcoöperatie De Binnenhaven lijkt hierop. Ook dat vordert stroef, het 8ste jaar nu. In Zeewolde en in Lelystad is wel met succes een Knarrenhof geregeld, in 3 jaar tussen initiatief en oplevering! De gemeente Almere is niet zo van woningen bouwen, maar gelukkig wel van beleid, veel beleid, zoals beleid Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, Beleid Stedenbouw, Grondbeleid, Beleid Huisvesting. Misschien moet Almere Peter inschakelen, over hoe je dat doet, bouwen.

Voor Peter de Jonge is de cirkel rond. Begonnen met vrijwilligerswerk in Almere en na een werkzame carrière weer vrijwilligerswerk.

Peter de Jonge, oud-bestuurder Read More »

Hans Ouwerkerk, oud-burgemeester

interview voor de Havenaar, 2025

Hans Ouwerkerk was burgemeester van Almere van 1998 tot 2003. Hoe kwam hij zo in Almere terecht? Want hij was net herbenoemd als burgemeester van Groningen voor een tweede periode van 6 jaar. Hij had het daar naar zijn zin, en was geliefd in de stad en de Raad. De reden was het te laat optreden van de politie bij  de rellen in het Oosterpark bij de jaarwisseling. Die liepen geheel uit de hand op een gewelddadige manier. Zelfs de mensen van de brandweer en de politie waren niet meer veilig en achteraf had er veel eerder en forser ingegrepen moeten worden. De politiechef trad af. Vervolgens vond burgemeester Ouwerkerk dat hij alleen door kon gaan als burgemeester bij ruime steun van de gemeenteraad. Er was wel meerderheidssteun, maar geen ruime steun en dus trad hij af. Dat was geen vrolijke afsluiting, maar het nieuwe begin in Almere maakte veel goed. Het is wel even wennen als je uit Groningen komt met zijn eeuwenoude geschiedenis, fraaie panden, singels en parken. Almere was druk met bouwen en veel nieuwe dingen ontwikkelen. Een stevige overheidshand was in die tijd in Almere nodig en heeft goed gewerkt. Wel moest toen al het onderhoud goed geregeld worden, naast de drukte met de nieuwbouw. Het soort mensen in Almere is wel anders. Ze zijn directer dan mensen in het Noorden. De Almeerder zegt gelijk wat hij vindt, de Groninger denkt daar nog eens over na. De Almeerder denkt niet zo in gezagsverhoudingen, in afstand tot gezagsdragers, zoals in Groningen wel het geval is. Maar Ouwerkerk kon dat allemaal goed hebben.

Op de achtergrond kan een burgemeester veel doen, zo bleek ook bij de interviews voor de Havenaar met de andere drie burgemeesters. Een voorbeeld is de 45 miljoen die Almere terugbetaalde aan de regio Amsterdam om meer los te komen van die regio-organisatie. Dan is een burgemeester met contacten van belang om te zorgen dat dit geld ten goede komt aan Almere en niet aan de busbaan voor Purmerend. En dat is hem gelukt.

Goede verhoudingen, daar besteedde Ouwerkerk veel energie aan, zoals aan de verhouding met Amsterdam. Hij kende de sfeer daar. Hij was vroeger assistent van burgemeester Samkalden geweest. Ouwerkerk regelde het eerste contact, op de koffie bij de Amsterdammers met het hele college. Hij had een beetje verwacht dat de helft van de Amsterdamse wethouders te laat zou komen, verveeld de krant zou lezen of eerder weg zou gaan. Niets bleek minder waar, want Amsterdam hechtte ook aan een goede relatie met Almere. In die tijd speelde nog of Almere zich moest richten op Amersfoort en Utrecht, of juist op de Amsterdamse regio. Er waren zelfs ideeën voor een sneltram over de Stichtse Brug. Ouwerkerk vond dat allemaal niks, die oostelijke en zuidelijke oriëntatie van de stad. Zijn opvatting was dat Almere bij Amsterdam hoort.

Waarom 5 jaar Almere en niet de voor een burgemeester gebruikelijke 6 jaar? De reden was de matige gezondheid van zijn vrouw. Toen ze besloten hadden dat hij zou stoppen en de opvolgingsprocedure al gestart was, overleed zijn vrouw. Toen had hij wel willen blijven, want hij voelde zich nog jong met zijn 62 jaar. Maar het kon natuurlijk niet meer teruggedraaid worden. Na nog een waarneming in Enkhuizen sloot hij zijn arbeidzame leven af. Inmiddels had hij zijn huidige vrouw ontmoet en ze verhuisden naar Amsterdam. Nu ze beiden 80-plus zijn is het perspectief weer anders. Zijn vrouw woont in een verzorgingshuis met een forse dementie. Hijzelf is kleiner gaan wonen in Duivendrecht en is verder in goede gezondheid.

Alles bij elkaar is zijn ervaring dat het in de bestuurlijke en maatschappelijke wereld gaat om goede verhoudingen tussen mensen en dat je daar je best voor kunt doen. Personen en relaties, daar gaat het om. De goede afspraken maken komt daarna. En van tegenslag en tumult, daarvan heeft hij zijn portie gehad, en heeft hij geleerd dat optimisme en de rug rechten beter werkt dan in de put gaan zitten.

Almere Haven, wat vind hij daar van? Hij zegt dat je Almere Buiten een stadsdeel noemt. Almere Haven noem je een gemeenschap en dat is net even wat anders. Pareltjes? De begraafplaats en de havenkom, dat vindt hij waardevolle pareltjes van Haven. Wees er trots op.

Hans Ouwerkerk, oud-burgemeester Read More »

Franc Weerwind, oud-burgemeester

interview voor de Havenaar, 14 april 2025

Franc Weerwind, 60 jaar, was onze burgemeester van 2015 tot 2022. Toen is hij gevraagd minister voor Rechtsbescherming te worden in het vorige kabinet, Rutte IV, net op het moment dat zijn tweede termijn van zes jaar als burgemeester zou beginnen. Maar ja, als het land roept… Vóór Almere (197.000 inwoners) was hij burgemeester van Velsen van 2009 tot 2015 met zijn 70.000 inwoners en daarvoor van Niedorp van 2004 tot 2009) met zijn 12.000 inwoners. Zo gaat dat met bestuurlijke carrières. 

Inmiddels is hij verhuisd naar Olst, een plaatsje aan de IJssel. Waarom Olst? Het landschap, het IJssellandschap, met zijn lange geschiedenis van Hanzesteden. Hij ‘heeft daar wat mee’. Hij woont daar prachtig met uitzicht over de IJssel, zijn geliefde rivier. Deventer is om de hoek, met zijn terrassen en boekwinkels. Een andere reden om daar neer te strijken is het dorpse, opgegroeid als hij is in Nieuw-Vennep, toen een Noord-Hollands dorpje met 3000 inwoners. Zijn ouders verhuisden begin jaren zestig van Amsterdam naar Nieuw-Vennep. De kwaliteit van de huisvesting speelde een belangrijke rol.

Hij heeft wel wat met het polderlandschap als je ziet waar hij gewerkt heeft: Beverwijk, Leiderdorp, Wormerland, Niedorp en Velsen. En in 2015 in Almere, wat je toch de ultieme polder kunt noemen. Over polderen gesproken, dat kon hij als Almeerse burgemeester heel goed. Als voorzitter was hij tamelijk streng, op het formele af als het lastig werd. Liever een compromis dan strijd, dat was zo’n beetje zijn stijl.

Almere en Velsen kun je niet met elkaar vergelijken. Velsen wordt ook wel liefkozend ‘klein Nederland’ genoemd door de gevarieerdheid van het landschap. In Velsen waren de sociale verschillen groter dan in Almere.

Almere is veel groter in grondoppervlak, anders opgebouwd in kernen en erg groen. De bevolking komt werkelijk overal vandaan, wat maakt dat die sociaal-cultureel erg veelzijdig is. Ruimte, ook zakelijke ruimte, veelzijdigheid en groen, dat is het. Almere is een echte middenklasse stad en dat is sterk. Bijzonder is dat hier zoveel schrijvers, TV- & radio-mensen en journalisten wonen, de culturele bovenlaag. En Haven heeft dat dorpse dat hij zo goed kent. Ondertussen zit hij niet stil. Hij heeft nu een handvol functies, allemaal in de hoek van bestuur en toezicht. Dit doet hij onder andere bij de Raad van Toezicht van het Fonds voor Cultuurparticipatie waar hij een voormalig Almeers raadslid, Mardjan Seighali, opvolgt. En bij de Raad van Toezicht van het Nationaal Slavernijmuseum. Hij is zelfs weer terug naar school gegaan daarvoor. Hij volgt een opleiding aan school voor commissarissen, NR Governance.

En genoegen? Grasduinen in de Boekhandel ABC in Deventer, koffie, en een praatje. Dan terug naar huis en over de IJssel uitkijken, naar de drukte van de ooievaars op hun nest.

Franc Weerwind, oud-burgemeester Read More »

De Cloe, Oud-burgemeester

interview voor de Havenaar maart 2025

Cees de Cloe was burgemeester van Almere van 1986 tot 1993. Hij volgde Han Lammers op die hier burgemeester was sinds de gemeentevorming in 1984, en daarvoor vanaf 1976 landdrost Zuidelijke IJsselmeerpolders. Han Lammers werd commissaris van de Koningin, Cees verhuisde van Hellevoetsluis, waar hij burgemeester was, naar Almere.

Eind januari 1986 belde de Commissaris van de Koningin van Zuid-Holland dat hij geaccepteerd was als burgemeester van Almere. Anderhalf uur later werd er aangebeld. Persfotograaf Bob Friedlander stond op de stoep, met zijn camera en een gemeentevlag. Bob wist altijd alles, en als eerste.

Zijn eerste werkplek was het Stadskantoor in de Bottelaarpassage. Foto’s komen langs met voor de ouderen bekende gezichten als van Allard Veldhuis, Peter de Jonge, André Tierie en Rob Schaeffer.

Het was de tijd van de enorme groei van de stad, van 40.000 naar 100.000 inwoners in de tien jaren 1985-1995. Toen de Cloe en zijn vrouw op het Havenhoofd kwam wonen was Haven afgebouwd, met 21.000 inwoners, Buiten begon net en groeide naar 22.000 inwoners in die tien jaar. In 1995 werd er met Hout gestart en ondertussen groeide de centrumkern Stad van 17.000 naar 58.000 inwoners.

Een dergelijk tempo vergde veel afstemming. De Cloe als Amsterdamse wethouder behoorde tot de stroming die Amsterdam al vroeg als een stedelijke regio zagen. De Metropoolregio Amsterdam is toen ontstaan, van Hoorn en IJmuiden tot Almere en beslaat nu 30 gemeenten. Al in 1976 vergaderde hij in het gebouwtje De Kern – het kantoor van RIJP-voorlichter Hanni van Maarschalkerwaart  – bij de Hollandse Brug met onder andere de minister van Volkshuisvesting Hans Gruijters. Later troffen ze elkaar weer toen Gruijters burgemeester van Lelystad werd en de Cloe van Almere. Ze spraken af dat als Almere zou groeien, Lelystad de centrumfuncties zou krijgen zoals politie, GGD, alarmcentrale. De RIJP en Rijkswaterstaat zaten er al. Daar kwam het Provinciehuis bij en later de rechtbank. Allemaal gelukt tot voordeel van Lelystad, ook toen Almere de grootste stad werd.

De Cloe en zijn vrouw gingen in 1986 op het Havenhoofd wonen, met uitzicht op de havenkom. Daarna, in 1987 betrokken ze hun huidige woning in Waterwijk met uitzicht op de Leeghwaterplas. Van het begin af aan hebben ze hier met enorm veel plezier gewoond, en de stad zien groeien. Hij fietst graag in en om de stad, genietend van het groen. Het is geworden zoals bedoeld. Hij heeft er met zijn neus bovenop gestaan.

Uit de stapel foto’s komt een foto van architect Teun Koolhaas – niet Rem, maar zijn broer. Die was volgens de Cloe een van de belangrijkste ontwerpers van Almere, in het Projectbureau Almere. De meerkernigheid met de singels als groen/blauwe longen is een vondst geweest. Koolhaas heeft ook het Weerwater bedacht, niet de naam overigens, want die kwam van Willem Duijf.

Ik vroeg hoe hij en zijn vrouw Wil elkaar zijn tegengekomen. Dat was in 1963 tijdens een Woudschoten conferentie over Indonesië. Beiden zaten ze in het forum bij de discussie, als tegenstanders in opvattingen over Soekarno en Indonesië, Wil was de Molukse actievoerder, Cees was de jonge PvdA-er met andere ideeën. Maar ja, samen wandelen in de pauze en het was gebeurd. Ze zijn nu als 80-ers 60 jaar bij elkaar. Ze hebben twee kinderen, een daarvan woont in Tussen de Vaarten, de ander in Amsterdam. Er zijn drie kleinkinderen, 20-ers nu.

Cees en Wil de Cloe zijn tevreden bewoners, die elke dag genieten van de stad die ze hebben zien groeien.

De Cloe, Oud-burgemeester Read More »

Jeugdzorg anders regelen, goedkoper en beter

Financier jeugdzorg per instelling, niet per cliënt. Laat jeugdzorg zelf de toegang bepalen; geen wachtlijst is dan voorwaarde. Stop ineffectieve preventie, vroeghulp en dagopvang.

https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/jeugdzorg-anders-regelen

In Almere is de grote jeugdzorginstelling Triade gestopt met ambulante hulp, want het geboden tarief kon niet uit. Hun vele onderaannemers hangen nu in de lucht. Zo’n crisis biedt kansen voor radicale ingrepen. Dat is nodig, want meer procedures werken niet. Landelijk is er bestuurlijke paniek, met declaratiehandreikingen die niet werken en een nieuwe Jeugdautoriteit die meer gegevens wil. Werkt duct-tape niet? Meer duct-tape!

De jeugdhulpverlener bepaalt de toegang

Toewijzen van jeugdzorg door de gemeente heeft geleid tot overbodige bureaucratie. Strakke bureaucratie is heilzaam, maar overbodige bureaucratie niet. Dat toewijzen door de gemeente kan dus beter worden geschrapt. Iedere zorgverlener krijgt een budget, met als enige harde afspraak: een redelijke wachttijd.

Zo’n regeling bespaart zowel gemeente als zorgverlener kostbare administratietijd. Gemeenten contracteren dan capaciteit, zoals ze dat ook doen met brandweer en daklozenopvang. Ze bepalen niet wanneer de brandweer uitrukt of welke dakloze wordt opgenomen, maar stellen voorwaarden als maximale aanrijtijd of voorrangsregels. Zo kan de gemeente ook de jeugdzorg loslaten.

Toegang regelen

De jeugdzorgverlener selecteert bij de poort. Onderzoek toont aan dat zware deskundigheid bij de toegang het beste werkt (Verweij-Jonkers Instituut, 2021). Lichte zorg als standaard en pas opschalen indien nodig voorkomt geen zware zorg, maar zorgt voor stapelende wachttijden.

Bij de toegang wordt bepaald wie direct zware zorg nodig heeft, wie lichte begeleiding, en wie “nee” te horen krijgt. De tweede knop die instellingen bedienen is de doorstroming: hoe vaak en hoe lang iemand behandeld wordt. Verschillen hierin zijn normaal, zoals ook in andere vrije beroepen. De gemeente hoeft zich daar niet in te mengen.

Schrap ineffectieve interventies

Ten eerste: stop preventie, vroeghulp en voorlichtingsprojecten die geen echte interventie zijn. Onderzoek (Commissie van Wijzen, 2021; AEF, 2020) laat zien dat zulke programma’s juist extra zorgvragen oproepen.

Ten tweede: bouw dagopvang af. Dagopvang parkeert gezinsproblemen zonder ze op te lossen. Ambulante gezinshulp werkt wel. Verschuif daarom het budget van dagopvang naar ambulante hulpverlening.

Ten derde: stop de vergoeding van onbewezen interventies zoals gametherapie, paarden coaching, sport- en speltherapie en neurofeedback. Pas als aanbieders via degelijk onderzoek effectiviteit aantonen, komen ze opnieuw in aanmerking voor vergoeding.

Mag dit allemaal?

Ja, dit kan binnen de Jeugdwet. Het wordt zelfs aangeraden in publicaties van de Algemene Rekenkamer (2023) en de Handreiking ‘Inzicht in tarieven jeugdhulp’ van de Jeugdautoriteit (2023).

Wat eerst?

  • Begin met wat de gemeente zelf in de hand heeft: de financiering. Zorg dat zware instellingen zoals kinder- en jeugdpsychiatrie, 24-uursverblijven en crisisopvang direct hun bestaan bekostigd krijgen via instellings- of populatiefinanciering. Niet monitoren, geen gedoe. Wachtlijst beheersing is de enige voorwaarde.
  • Daarna kan worden gekeken welke ambulante programma’s effectief zijn en waar samenwerking nodig is.
  • Stop vermoedelijk ineffectieve interventies, tenzij aanbieders het tegendeel bewijzen.
  • Ten slotte: experimenteer met het sluiten van dagopvang, de uitbreiding van ambulante hulp, en het werken met wachttijdbeheersing en toegangssturing door zorgverleners zelf. Als stok achter de deur blijft: wie niet meewerkt, keert terug naar het oude declaratiesysteem.

Conclusie

Er is veel mogelijk: minder bureaucratie, betere zorg, lagere kosten. Als men durft.

De uitwerking (3000 woorden) in ‘Jeugdzorg anders regelen uitgewerkt’ waarin ook de kwaliteitsbewaking wordt besproken

28 april 2025

Jeugdzorg anders regelen, goedkoper en beter Read More »

Jeugdzorg anders regelen uitgewerkt

Uitwerking van de gepubliceerd versie ‘Jeugdzorg anders regelen’ op deze website

Jeugdzorg anders regelen, goedkoper en beter – nicovanduijn.nl

Jeugdzorg onbeheersbare voorziening beheersbaar maken
De moeizame beheersbaarheid van de Jeugdzorg en de chronische kostenstijging dwingt tot ingrijpen. Ingrijpen betekent pijnlijke keuzes maken. Nu Triade met de hele ambulante jeugdzorg gestopt is en hun talloze zorg-onderaannemers in de lucht zweven geeft dit kansen voor wat radicalere ingrepen. Een crisis biedt kansen.

De kunst is ieders belangen zo te rangschikken dat iedereen de goede kant op loopt; en behoorlijk slecht af is als die dat niet doet. Niet duwen tegen de ezel, maar een wortel voor zijn neus (geen administratieve belasting meer, budget overhouden). Willen ze niet, dan is de stok weer vrolijk per verrichting declareren. Ga lekker je gang. En doe als gemeente wat je zonder ingewikkelde toeren gewoon kunt doen, namelijk aan de knop van financiering te draaien, niet aan de knop van de inhoud en de indicaties, want dat kunnen zorgverleners beter dan op het stadhuis. Een besluit nemen is voldoende en dat leg je uit. Consensus met het veld is goed voor de sfeer, maar eigenlijk niet nodig.

Paragrafen

  • Ideologie zit in de weg
  • Kan de gemeente stoppen met de toegang regelen?
  • Ingrepen
  • Opbrengst
  • Wijze van financieren
  • Indiceren
  • Indicaties en intake
  • Overdracht van dossier niet dubbel doen
  • Diagnostiek
  • Bureau Save Jeugdbescherming [1]
  • Wat kan geschrapt worden
  • Ambulante gezinshulp versus dagopvang
  • Dagbehandeling
  • Kinder- en jeugdpsychiatrie
  • 24-uurs verblijf
  • Crisisopvang
  • Verantwoording en budgetbewaking
  • Selectie aan de poort en wachttijden
  • Gemeentelijke voorwaarden
  • Aansluiting volwassen GGZ
  • Kwaliteitscontrole

Ideologie zit in de weg

De vermoede ideologische achtergrond zal wijziging verstropen. Bij discussies over stelselwijzigingen is het verstandig om onderscheid te maken tussen rationele argumenten, praktijkervaring en ideologie.

Ideologie 1 De overheid moet tot in detail sturen op kosten en inhoud. Wettelijk hoeft dit niet. De eindverantwoordelijkheid van de gemeente is anders te regelen dan alles zelf doen.

Ideologie 2 Individuele mensen hebben recht op jeugdzorg, is de heersende ideologie. Of iemand welke jeugdzorg krijgt lijkt nu vraaggestuurd te zijn en dat is in die ideologie logisch. Maar deze opvatting is onhoudbaar gebleken. Een stad heeft recht op jeugdzorg, zoals een stad ook recht heeft op brandweer en veilige wegen. De overheid stelt wel voorwaarden, zoals de overheid aanrijtijden met de brandweer afspreekt, maar zelf geen uitrukbevelen geeft.

De nieuwe ideologie is dus “De stad heeft recht op jeugdzorg”.

Ideologie 3 Alle mensen zijn gelijk en hebben gelijke rechten op alles. Dit is onjuist, want wie niet meewerkt krijgt minder en slechter aanbod. Dat is slecht voor het kind, dat is waar. En er zijn onbehandelbare situaties. Ook die moeten geholpen worden, maar dit vergt een geheel andere aanpak.

Voorbeeld: een pasgeboren baby in een gezin waar al twee kinderen uit huis zijn geplaatst. Die baby gaat ook uitgeplaatst worden. Maar de begeleiding van die ouders is geheel anders dan van ouders die meewerken en behandelbaar zijn.

Kan de gemeente stoppen met de toegang regelen?

Ja, dat kan. De Jeugdwet biedt ruimte voor mandatering, mandatering aan de zorgverlener. Daar kun je maximaal gebruik van maken als de controlemechanismen simpel en werkbaar zijn. Hierover is onder deskundigen consensus. Het vergt wel bestuurlijke moed.

Ingrepen

  • Sommige jeugdzorg voorzieningen schrappen, omdat ze niet effectief zijn
  • Administratieve inspanningen terugbrengen door veel niet te doen,
  • Stoppen met het centraal controleren, stoppen met ambtelijk indiceren van zorg
  • Zelfregulatie organiseren door het indiceren bij de hulpverlener te laten
  • Vaker bekostigen per instelling dan per cliënt.

Opbrengst

Flink wat bureaucratie schrappen (10-30% van de tijd van hulpverleners), dagopvang schrappen, meeste preventieprojecten stoppen, veel ineffectieve interventies stoppen. Een tweede opbrengst is dat bezuinigen heel makkelijk kan met instellingsbudgetten; uitbreiden ook.

Zie paragraaf Welke voorziening kan geschrapt worden.

Wijze van financieren

Noodzakelijke instellingen als de regionale crisisopvang jeugd, de 24-uurs verblijfsinstellingen en de kinder- en jeugdpsychiatrie kunnen beter met een regionaal meerjarenbudget gefinancierd worden, zonder verrekening per cliënt, zonder gedetailleerde controle per handeling, met éénregelige verantwoording. De Jeugdbescherming wordt al zo gefinancierd. Net zo wordt het Oranjehuis, de daklozenopvang en de brandweer gefinancierd. Dan kan dat ook in de jeugdzorg. Dit is eenvoudiger en goedkoper.

Het kan, het bestaat, en het mag Handreiking ‘Inzicht in tarieven jeugdhulp’ | Convenant | Jeugdautoriteit , hoofdstuk 4. Het moet zelfs volgens De Rekenkamer en de Jeugdautoriteit. ​The threat from within+4Algemene Rekenkamer+4Algemene Rekenkamer+4 [2]

Nog makkelijker dan instellingsfinanciering is populatiefinanciering, naar het aantal inwoners per gemeente. Dan hoef je achteraf niet te verrekenen naar waar de jeugdige woonde. Het probleem van jeugdigen zonder verblijf is dan ook opgelost.

De tientallen lokale jeugdzorg leveranciers zijn ook met een instellingsfinanciering te financieren, naar de capaciteit die je wilt. Het declareren van individuele zorgvragen kan geschrapt worden, onder de voorwaarden, zie paragraaf Gemeentelijke voorwaarden.

Opbrengst: Geschat 10-30% van de kosten van instellingen.

Indiceren

Nu wordt jeugdzorg geïndiceerd door de gemeente, strak geprotocolleerd. Zorgverzekeraars doen dat ook, voor de volwassen GGZ. Dit heeft perverse effecten, zoals budget opmaken, wachtlijst in oktober, alleen simpele diagnoses toelaten, en 10 keer behandelen als dat het maximum is, nooit 6 of 12 keer.

Dat kan anders.

Indicaties en intake niet dubbel doen

Als de ene zorgvoorziening een andere zorgvoorziening nodig acht, dan wordt dat indiceren en die intake niet overgedaan. Geen centrale indicering, wel een centrale ingang bij Bureau Save Jeugdbescherming. Wie indiceert, diagnosticeert en andere hulp inschakelt maakt niet uit. Twee keer hetzelfde doen, door de verwijzende én door de behandelende instelling, dat is een beetje raar. Goed presterende gemeenten doen dit al Verweij-Jonkers instituut, 2021 220470_Eigenwijs_transformeren_WEB.pdf

Hoogopgeleide specialisten bij de toegang, van elke  instelling en zeker bij Save Jeugdbescherming, is een bewezen succesfactor. De logische gedachte dat opschalen bij intake een verstandige methode is blijkt onjuist.[3] Hoe? Er zijn voldoende standaarden beschikbaar, zoals Materialen Verklarende Analyse › Accare.

Overdracht van dossier

Dit kan alleen met toestemming van ouders. Krijgt men die getekende toestemming niet, dan verbied de Privacywet die overdracht. Als ouders niet meewerken, bijvoorbeeld na scheiding, dan krijgen hun kinderen slechtere jeugdzorg. Alle deskundigen waaronder het Nederlands Jeugdinstituut bepleiten aanpassing van de Privacywet. Dit is gaande, maar duurt een paar jaar.

Gecertificeerde instelling als de Jeugdbescherming mogen wel zonder toestemming gegevens opvragen bij huisarts en psycholoog. Maar die durven niet; tuchtzaken genoeg. Er zijn al voorbeelden van betere samenwerking. Die zijn echter gestopt, omdat gemeenten huiveren de grenzen van de Privacywet op te zoeken. Een instelling geeft ambulante gezinshulp en heeft een respijt dagopname nodig van een paar weken voor één van de kinderen. Dat vinden ze, dat onderbouwen ze en ze vinden een plekje. De instelling van de dagopname doet de procedure niet over. Ze loggen in en werken door in het dossier, met software die iedereen kent, omdat deze overal hetzelfde is.

Dit is toekomstmuziek. Privacy ethici wrijven in hun schone handen, het kind van niet-meewerkende ouders blijft in de prut zitten.

Diagnostiek

Ergens in het systeem wil je terecht kunnen voor diagnostiek als de intake die vraag oproept. Niet altijd dus, want voor een goed plan van aanpak is niet altijd formele diagnostiek nodig.  Gewone diagnostiek kunnen de instellingen zelf, van globaal screenend tot specifiek diagnostisch, van uitsluitend tot aantonend. Er zijn veel gevalideerde instrumenten hiervoor. Of die ook gehanteerd worden valt te bezien. Zie paragraaf Gemeentelijke voorwaarden. Blijven er dan nog vragen over, bijvoorbeeld door comorbiditeit, dan gaat de kinder- en jeugdpsychiater aan het werk.

Bureau Save Jeugdbescherming

De centrale regelinstantie die jeugdzorg toewijst, de toegangspoort voor het hele systeem. Hier komen ook de rechterlijke uitspraken over bijvoorbeeld uithuisplaatsing terecht, de jeugdbescherming en de voogdij. Technisch gesproken is dit een gecertificeerde instelling, waardoor het zo’n instelling onder andere toegestaan is meer ruimte te nemen rond de privacywet bij het in kaart brengen van een gezinsprobleem. Dit werkt niet, zie paragraaf Overdracht van dossier.

Aanpak: Als de kwaliteit, capaciteit, tempo en de diagnostische vermogens van deze voorziening betwijfeld wordt, dan heeft de hele jeugdzorg er last van. Hier heeft de gemeente wel een gestrenge verantwoordelijkheid. Jaarverslagen lezen en gesprekken met de directie, dat is onvoldoende. Te overwegen valt hiervoor zonodig de zware methode van visitatie door beroepsgenoten te hanteren.

Welke voorziening kan geschrapt worden

  • Dagopvang – zie paragraaf Ambulante gezinshulp versus dagopvang
  • Ongetoetste therapieën als Sport & Spel Therapie, Paardentherapie, Gametherapie, Neurofeedback. Er zijn GGZ-standaarden voor.
  • Vroege lichte hulp. Dit roept extra cliënten op en voorkomt zware zorg niet
  • Preventief bedoelde projecten en de vele verwijzende, voorlichtende aanpakken die geen interventie zijn, allemaal bedoeld om de vraag om hulp te verlagen. Vergoed alleen wat aantoonbaar zware zorg voorkomt.

Aanpak: Hiervoor is nodig dat de bezwarenprocedures, beoordeeld worden door bezwaarcommissies die toetsen aan gemeentelijk beleid. En dat is dat aannemelijke doeltreffendheid een criterium is. Als die bezwarencommissies toetsen aan de wetstoepassing onder de noemer ‘Iedereen heeft recht op jeugdzorg kan niet schelen welke’, dan is Leiden in last.  Overigens hebben goed functioneren gemeentelijke systemen weinig bezwaarprocedures Verweij-Jonkers instituut, 2021 220470_Eigenwijs_transformeren_WEB.pdf

Dit klemt temeer, omdat mensen met een goed inkomen wel terecht kunnen in de particuliere sector, voor ineffectieve gametherapie en paardencoaching. Dit leidt tot gemopper en klachten. Maar on-Nederlands is dit niet. Want wie zich bijvoorbeeld niet aanvullend verzekerd heeft krijgt geen acupunctuur vergoed, hoe noodzakelijk diegene dat ook vindt. Zie paragraaf Kwaliteitscontrole.

Ambulante gezinshulp versus dagopvang

Ambulante gezinshulp is de enige voorziening die massaal gesteund moet worden, naast de zware noodzakelijke voorzieningen. Dit vindt onder verschillende noemers plaats, met  verschillende methodieken. Wie kwalitatief wat wil doen aan de jeugdzorg moet hierin investeren, in training en fte’s. En in een manier om het kaf van het koren te scheiden. Dagopvang parkeert het probleem. Er verandert niets. Dagopvang is wel een prettig ventiel in een overbelast systeem. Maar chronisch dagopvang stolt het probleem. Niet doen, helemaal mee stoppen, liever crisissen dan geld in het water gooien. Stop het geld in ambulante gezinshulp en breidt dit uit. Tijdelijke dagopvang kan net als een crisis-verblijfsopvang wel zinvol zijn, de zogenaamde respijt-opname.

Dagbehandeling

Dagbehandeling is wat anders dan dagopvang. Die instelling, het medisch kinderdagverblijf van Boschhuis, was er en was succesvol. Maar deze is wegbezuinigd. Medisch kinderdagverblijf – Alles over medische kinderdagverblijven

Kinder- en Jeugdpsychiatrie

Deze voorziening wil je. Er is geen enkele reden voor gedetailleerde facturering per cliënt. Er is ook geen reden voor dicteren hoelang iets mag duren, wat er precies gebeurt, of vragen om DSM-V diagnoses. De kinder- en jeugdpsychiatrie heb je nodig voor complexe diagnostiek, voor psychoses en voor achtervang bij gewone diagnostiek. Misschien moet de crisisverblijfsopvang wel een afdeling van de Kinder- en Jeugdpsychiatrie worden. De enige voorwaarde die de gemeente stelt is wachttijden, niet hoe die wachttijden bereikt worden. Dit betekent strenge professionele selectie aan de poort, na verwijzing. Hoe dat verwijzen gaat, dat bepaalt de kinder- en jeugdpsychiater. Dit is dus iets anders dan het adagium ‘Opschalen als dat nodig is’, wat regelmatig leidt tot seriële stapeling van wachttijden.

De grootste deskundigheid hoort bij de toegangspoort te zitten. Dit is bewezen effectief. Verweij-Jonkers instituut, 2021 220470_Eigenwijs_transformeren_WEB.pdf

24-uurs verblijf

Ook deze instelling kan met een jaarbudget gefinancierd worden. De verdeling van de kosten over de regio zijn op te lossen met populatiefinanciering, naar inwoner aantal. Er is nooit leegloop, er is hoogstens beroerde doorstroming. Dit is logisch, want het gaat om chronische problemen. Misschien moet deze voorziening wel uitgebreid worden. Want het gaat hier om als regel onbehandelbare ernstig verstoorde kinderen dan wel onmachtige opvoeders van moeilijke kinderen. [4]

Crisisopvang

Deze voorziening wil je, ze is noodzakelijk. Dit is regionaal georganiseerd. Net als de 24-uursopvang is facturering per cliënt overbodig. Populatiefinanciering is het makkelijkste, naar het aantal inwoners. Bij cliënten van buiten Flevoland moet er iets anders geregeld worden. Crisisopvang moet altijd samengaan met ambulante gezinsinterventie. Anders gebeurt er niets. Dit betekent dubbele kosten. Alleen crisisopname is vragen om de volgende crisisopname. Vermoedelijk moet hiervan de capaciteit uitgebreid worden. De crisisopvang is ook de plek voor de zware diagnostiek. Het zou kunnen dat hier een plek is voor de Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Verantwoording en budgetbewaking

Nu ligt de toegang bij de gemeente en bureau Save Jeugdbescherming, met stapels procedures. Daar liggen de voorwaarden die in de Jeugdwet genoemd worden. Dit is de bron van overbodige bureaucratie. Strakke bureaucratie is heilzaam, overbodige niet. Als je dit schrapt en bij wijze van spreken elke zorgverlener een budget geeft, dan ontstaan er direct de gevreesde wachtlijsten. De oplossing is de zorgverlener een belang in de maag te splitsen waardoor de zorgverlener selecteert bij aanmelding en zorgt voor doorstroming. De gemeente spreekt met de zorgverlener wachttijden af, zoals zij de aanrijtijd van de brandweer bepaalt. Zie paragraaf Selectie aan de poort en wachttijden. De zorgverlener moet dus zorgvragen gaan weigeren, om binnen het budget het hele jaar zorg te kunnen leveren. Dat kan ieder op zijn eigen manier doen, maar het moet wel. Want jeugdzorgvragen zijn door hun aard oneindig in aantal. Het aantal groeit als er meer zorgaanbod is. Een beetje wachtlijst is dan een heilzaam middel.

De vraag om jeugdzorg beïnvloeden is vele jaren het wat gemakzuchtige thema geweest, van politiek-bestuurders. “Niet elk druk kind heeft ADHD! Er zijn teveel onterechte vragen om jeugdzorg” was zo’n uitspraak. En “Preventie en vroege opsporing voorkomt vragen om jeugdzorg” was een andere. Beide opvattingen zijn ongetoetst en ineffectief gebleken.

Het is duidelijk dat aanbodsturing de enige manier is. Zeg ‘Nee’ bij de poort.

Selectie aan de poort en wachttijden

Selectie aan de poort door de zorgverlener én beheersing van de doorstroming, ook gestuurd door de zorgverlener, werkt alleen als de zorgverlener er voordeel van heeft. Het eerste voordeel voor de zorgverlener om selectie en doorstroming zelf te doen is een vast inkomen zonder declaratie administratie, dus 20-30% meer cliëntencontact.

Het tweede voordeel is dat de zorgverlener redelijke wachttijden moet laten zien. Dat vinden ze prettig, maar hoe kunnen ze dat doen? Ze hebben twee draaiknoppen, selectie aan de poort en kort behandelen. Dat eerste kunnen ze wel als ze moeten. Het laatste is afhankelijk van de aard van het probleem en van de stijl van de zorgverlener. Dit laatste is alleen binnen de beroepsgroep aan te pakken, maar in ieder geval is er geen financiële prikkel meer zoals nu wel het geval is.

Gemeentelijke voorwaarden

  1. Effectieve methoden. Wat een instelling doet moet voldoen aan professionele standaarden en die zijn dat het werkt wat ze doen, empirisch aantoonbaar. Zie paragraaf Wat kan geschrapt worden.
  2. Budget. Het toegewezen budget is een beperking
  3. Wachttijden redelijk. Dit betekent selecteren aan de poort en doorstroming beheersen
  4. Budget opgemaakt eind van het jaar en dus wachttijden is contractbreuk
  5. Kwaliteitsinspanningen, keurmerken en bezwaarprocedures laten zien

Aansluiting volwassen GGZ

Crisisopname zou op indicatie gekoppeld moeten worden aan de volwassen GGZ, als die nog functioneert in Almere. Ook in andere situaties zou dit zinvol zijn, evenals het inschakelen van huisarts en de POH GGZ.

De praktijk leert dat dit tegenvalt tegenwoordig. Er wordt behandelhulpeloosheid geventileerd, en waar mogelijk wordt geschermd met privacy. Dit is regelmatig tot schade van bedreigde kinderen. Wat ook mee kan spelen is een gebrekkig onderscheid tussen behandelbaar en hopeloos, en tussen redelijk gestructureerden en mensen met co-morbiditeit. We maken ons geen illusies.

Voorbeeld Een jeugdhulpverlener zegt “Ze zouden naar de schuldhulpverlening gaan, vader naar de verslavingskliniek en moeder naar de huisarts voor haar psychische narigheid. Tot die tijd parkeer ik het probleem van het bedreigde kind, want de thuissituatie is de oorzaak”. Beide ouders doen dit niet, wat gezien de structuur van de ouders logisch is. Na twee maanden belt de jeugdhulpverlener de huisarts, maar die zegt “Ik mag geen informatie geven”

Er gebeurt dus voorspelbaar niets.

Over kwaliteit

Er zijn altijd ratten en cowboys. Een anekdote is de wachtlijstactie van de Provincie lang geleden. De gedeputeerde gaf opdracht aan Boschhuis en de Reeve, nu Triade, om de mensen op de wachtlijst te bellen met de mededeling dat ze op de wachtlijst stonden. Vervolgens werden ze administratief van de wachtlijst afgevoerd, want “Er was contact geweest”. Per 31 december was die wachtlijst daarmee nul. Trots verkondigde de gedeputeerde dit op Omroep Flevoland, geen wachtlijst meer en daar had hij voor gezorgd. Een andere stroming is alleen lichte gevallen aannemen en die zo lang mogelijk doorbehandelen, liefst door laaggeschoolden. “Sorry, geen plek!”, werd dan geroepen. Vakgenoten wisten wel beter. Deze ratterigheid is vertoond binnen specialisten maatschappen, particuliere psychiatrie praktijken, groepspraktijken van GZ-psychologen, verpleeghuizen en wijkverpleging.

Kwaliteit heb je in soorten. Het minimumniveau, het gemiddelde, de ondergemiddelden, de ratten & geld-cowboys en de strafrechtelijke te vervolgen instellingen.

  1. Kwaliteitsdrempel om het minimum te definiëren:
    1. Landelijke keurmerken binnen de beroepsgroep. Die zijn er zelfs voor zorgboerderijen.
    2. Doorstroming, ziektewetpercentage, jaarverslag. Misschien tevredenheid metingen, maar of dat zin heeft bij vechtscheidingen…
    3. Klachtenregeling
  2. Kwaliteit gemiddeld
    1. Bijscholing, liefst lokaal met andere instellingen
    2. Onderlinge contacten, zoals vieringen en de bijscholingen
    3. Formele intervisie, liefst samen met andere instellingen
  3. Kwaliteit te laag en de ratten & geld-cowboys
    1. Ontdek je door rond te fietsen, koffie gaan drinken, informele melding van buiten, verwijzers, ouders en cliënten
    2. Te veel klachten volgens de gebruikelijke getrapte klachtenprocedure.
    3. Visitatiecommissie zet je dan in, van drie gewaardeerde vakgenoten van buiten de stad. Kost 1 dag met drie mensen, plus rapport maken, zeg €3000-4000
    4. Toezicht hierop: iets verzinnen, soms is bezoek Inspectie nodig
  4. Strafrechtelijk te beoordelen situaties
    1. Blijkt uit 3. Maar had je allang kunnen weten als je in het wereldje rondloopt
    2. Inspectie inzetten

Wat eerst doen?

Eerst doen wat je als gemeente geheel in eigen hand hebt en dat is de wijze van financieren. Daarna het veld schaak zetten, waarna het veld aan zet is.

  1. Zware instellingen [5] overzetten op instellingsfinanciering of populatiefinanciering. Geen voorwaarden, niet bezuinigen, niet monitoren, geen gegevens verzamelen. Na een jaar ga je eens op de koffie.
  2. Vermoedelijk ineffectieve programma’s stoppen en het veld laten aantonen dat ze wel effectief zijn.
  3. Als pilot een paar jeugdzorg programma’s ambulante gezinsbegeleiding als voorziening financieren en laten oefenen met wachttijd beheersing. Daarvan wijzer geworden de rest laten volgen.
  4. In overleg met ambulante gezinsbegeleiding een dagopvang sluiten en het budget naar de ambulante gezinsbegeleiding overzetten.
  5. Bezien of naburige gemeenten mee willen doen met allerlei standaardisatie

Conclusie

Er is veel mogelijk, voor minder geld, snel en met betere resultaten. Als men durft.


[1] Elders heet dit vanouds Bureau Jeugdzorg. Iemand heeft dit veranderd in het onbegrijpelijke Save, Engels voor ‘redden’, wat een nogal messiaanse invalshoek is voor dit werk.

[2] De Jeugdautoriteit is nieuw (2020), ontstaan uit bestuurlijke paniek. Ze voegen administratie toe door vele gegevens op te vragen bij instellingen.

[3] Denk aan zo’n ladder intake waarbij je bij elke trede moet aantonen dat je door mag naar de volgende trede. Een vragenlijst op een website, dan telefonische intake op MBO-niveau, dan half-uursgesprek, dan uitvoerige intake psycholoog met ev. diagnostiek.

[4] Over kosten en ideologie gesproken: waarom deze voorziening kleinschalig moet in de wijk is een raadsel.

[5] Kinder- en jeugdpsychiatrie, 24-uurs verblijf jeugd, regionale crisisopvang

Jeugdzorg anders regelen uitgewerkt Read More »

Financiering van de zorg: doe wat goed werkt en schrap controle

Financiering van de zorg: doe wat goed werkt en schrap de verstikkende controle | Trouw

gepubliceerd als opiniebijdrage in Trouw 4 januari 2025, zie link

De zorg wordt onbeheersbaar duurder, terwijl het er in veel sectoren niet beter op wordt. Dit komt deels door financiering per verrichting in plaats van per voorziening, deels door de verantwoordingsadministratie, kwaliteitscontrole genoemd. Vroeger werden veel zorgvoorzieningen als geheel gefinancierd, naar populatiegrootte. Bijvoorbeeld, per 1000 inwoners kreeg Kruiswerk 0,5 wijkverpleegkundige. Net zo was de financiering geregeld van verpleeghuizen, crisisbedden en jeugdzorg. Zorgverleners voelden zich verantwoordelijk voor hun hele populatie. Bij drukte kreeg iedereen wat minder aandacht. Zo staat het ook in de Grondwet, de bevolking heeft recht op zorg. Nu is dit een individueel zorgrecht geworden, wat alleen fijn is voor sociaal handige mensen.

De financiering is veranderd in betaling per verrichting, met een oerwoud aan tarieven en voorwaarden, die steeds veranderen. Zorginstellingen hebben nu kostbare afdelingen voor contracteren en declareren, terwijl zorgverleners 20-50% tijd kwijt zijn aan registeren. Zo’n verrichtingenfinanciering heeft geleid tot efficiëntie, innovatie en goede dienstverlening bij de planbare specialistische ingrepen, in kantooruren, bij mensen met één ziekte. Wel gaat de financiële opbrengst van die zelfstandige klinieken nu naar investeerders en niet meer naar ziekenhuizen en spoedposten, die het daarom financieel moeilijk hebben. Een zorgvoorziening als geheel financieren en niet per verrichting doe je omdat de samenleving dat wil. Die wil dag en nacht een Intensive Care en een Spoedpost, zoals we een brandweerkazerne willen. Dat de Intensive Care niet vol ligt, de Spoedpost ’s nachts leeg en de brandweer in bed ligt, dat hoort erbij. Dat kost, maar dat is wat je wilt.

De bijwerkingen van de vroegere populatiefinanciering zijn bekend. Het was log, innovatie landde maar moeizaam en het hield geen rekening met de verschillen per regio. Dat weten we nu en dus kun je er wat aan doen. Daar is het politieke bestuur voor. Met onze ervaring met beide systemen hebben we geen ideologische opvatting meer nodig over marktwerking of niet. We weten namelijk nu wat werkt en wat niet. We kennen nu ook de bijwerkingen van beide systemen van financiering. De behandeling van staar is opgeknapt van financiering per verrichting. De wijkverpleging is er slechter van geworden en de spoedpost draait verlies. Wel zijn er politieke keuzes nodig. Het gaat namelijk ook om wat mensen belangrijk vinden, toegankelijkheid en nabijheid bijvoorbeeld, of persoonlijke continuïteit. Willen we vier vaste wijkverpleegkundigen in de wijk, of willen we kiezen uit 20 thuiszorg­bureautjes?

Dan de kwaliteitsverantwoording. Die kan geschrapt worden, want er was geen probleem met de kwaliteit. De beroepsorganisaties hebben hun opleiding en bijscholing goed op orde. En voor de incidentele problemen hebben we de Inspectie. Stop met die niet-vakinhoudelijke registraties en de personele capaciteit neemt fors toe, voor hetzelfde geld. Laten we de volgende zorgsectoren weer ouderwets financieren per populatiegrootte. Huisartsen, wijkverpleging, spoedpost, verloskunde, crisisdiensten en de psychiatrie. Zij vormen de zorgbrandweer. En die wil je, dag en nacht.

Overigens, bezuinigen is makkelijk met populatiefinanciering. Per 2000 inwoners 1 wijk­verpleegkundige verander je in 1 per 2100 inwoners en je hebt 5% bezuinigd. Meer doen? Verander 1 verpleeghuisplek in 1,2 per 1000 inwoners. Voorwaarden? Den Haag besluit die extra 0,2 plekken aan dementiezorg te besteden. Zo simpel kan het zijn. De ene zorgsector met populatiefinanciering, de andere met betaling per verrichting, net wat het beste blijkt te werken. De nadelen van beide systemen zijn goed te compenseren. Al die overbodige registraties kunnen geschrapt worden, waardoor de capaciteit flink toeneemt, zonder uitbreiding van personeel. Kies wat je een publieke voorziening vindt en vooral, kies wat goed blijkt te werken.

Dr. N.P. van Duijn, huisarts in ruste

Financiering van de zorg: doe wat goed werkt en schrap controle Read More »

Ralph Pans, oud-burgemeester

Interview voor de Havenaar, kwartaalkrant voor Haven, bestierd door vrijwilligers, maart 2025

Ralph Pans was burgemeester van Almere van 1994 tot 1998. Hij en zijn vrouw wonen in Filmwijk, waar ze in 1995 hun huis hebben gebouwd. Overigens is Filmwijk-Zuid een bijzonder wijk met 588 woningen in 3 jaar gebouwd, na 1 jaar voorbereiding. Dit is een tempo wat we ons nu niet meer voor kunnen stellen. Waarom dat toen wel snel kon en nu niet meer? Toen was de voorbereiding in 1 jaar klaar, stratenplan getekend, vergunningen geregeld, architecten uitgenodigd en aannemers gebeld. Die bouwden de huizen en voorzieningen, zonder dat beleidsmakers op het Stadhuis zich er mee bemoeiden. Dan gaat het rap.

Waarin vindt hij Haven anders dan Filmwijk? Filmwijk heeft wel wat dorps en is sociaal samenhangend, maar het blijft een woonwijk. Haven heeft dat dorpse sterker. Haven ligt ook dichter bij de natuur dan de andere stadsdelen. De Havenkom moet genoemd, een unieke plek in de stad. En ze gaan graag naar de Goede Rede Concerten. Voor de Kaasmakerij in de Marktstraat rijden ze om.

Na een bestuurlijke, en later juridische carrière is hij nu twee jaar met pensioen. En wat doe je dan met zo’n achtergrond? Wel, iets geheel anders. Hij is gaan studeren, Hebreeuwse Taal en Cultuur in Amsterdam. Zijn hobby’s zijn even bedachtzaam, namelijk golfen, piano spelen, naar de opera, naar de Goede Rede concerten in Haven en de duurloop sport. Hij heeft zelfs een marathon gelopen met zijn dochters. Hij kan erg genieten van de weidsheid van het uitzicht als hij rond Haven op de Gooimeerdijk loopt.

Pans werd hij op zijn 26ste wethouder in Zaanstad, en bleef dat lang, 1978-1990. Verder is hij secretaris-generaal van Verkeer & Waterstaat geweest en heeft daar nog net een paar maanden met Annemarie Jorritsma als minister gewerkt. In 1994 werd hij de derde vaste burgemeester die Almere gekend heeft, na Cees de Cloe (1986-1993) en Han Lammers (1984-1986). Vervolgens werd hij in 1998 directeur bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Om zijn brede overheidservaring lokaal en landelijk kon hij 2011 zitting nemen in de Raad van State, het bijna 500 jaar oude adviesorgaan voor de regering. De Raad van State is ook de hoogste bestuursrechter voor individuele burgers die het niet eens zijn met besluiten van college en gemeenteraad.

Zo iemand komt dan vanzelf terecht in bestuurlijke nevenfuncties. De belangrijkste nu is de Raad van Toezicht van de Almeerse Scholen Groep. De Meergronden valt hieronder. Dat schoolgebouw moet vernieuwd worden, maar dat schiet niet op tot Pans’ grote ergernis. Steeds weer maakt de gemeente het ingewikkelder en verandert de plannen. Nu moeten er weer woningen bijgebouwd worden samen met de Meergronden nieuwbouw. Deze stroperigheid is verergerd de laatste 10 jaar. Natuurlijk moet je nu meer dan vroeger mensen meenemen in gemeentelijke plannen en allerlei belangen afwegen. Ambitie, beleid en onenigheid, het is allemaal nodig, want zonder nadenken tevoren wordt elk bouwplan een rommeltje. Maar dan is het klaar met nadenken en plannen schrijven. Nietje erdoor, aan de uitvoerders geven met de opdracht het in de afgesproken tijd af te krijgen. Verder moeten beleidsmakers er  dan vanaf blijven, vindt Pans.

En dat gebeurt niet. De beleidsmakers blijven bezig, blijven de plannen veranderen. Dat stoort de bouw, het vertraagt en het wordt veel duurder dan begroot was. En dus moet de financiering weer bekeken worden. 

Daarom schiet ook de nieuwbouw van de Meergronden niet op. Daarom wordt er nog niet gebouwd op het Floriade terrein. Daarom worden er bar weinig betaalbare woningen gebouwd. Eigenlijk wil je meer betaalbare woningen, voor onderwijsgevenden, politie en zorgmedewerkers. Als dat gebeurt, dan neemt het personeelstekort in die sectoren af. 

Volgens Pans heb je denkers en doeners. Als de doeners aan het werk gaan met het uitgedachte plan, dan moeten de denkers zich er niet meer mee bemoeien.

Nico van Duijn, 4 april 2024

Ralph Pans, oud-burgemeester Read More »

Annemarie Jorritsma-Lebbink gesproken

interview voor de Havenaar, augustus 2024

Annemarie Jorritsma woont nu zo’n 20 jaar in Almere Haven. Wel op een bijzondere manier, want zij en haar man Gerlof wonen in drie huizen onder één dak met de gezinnen van hun twee dochters, schoonzoons en vier kleinkinderen. De voordeuren komen uit op de gezamenlijke middenruimte. Ze komen elkaar dus regelmatig tegen. Vrijdagmiddag is de zogenaamde ‘vrijmibo’, de vrijdagmiddagborrel. Eén dag per week kookt Gerlof voor het hele zwikkie. Toen de kleinkinderen schoolgaand waren had Gerlof, die eerder met pensioen is gegaan dan Annemarie, de rol van de opa die zorgde dat de kleinkinderen van een naar school kwamen.

“Nu is leeftijd van de kleinkinderen in de fase dat ik onlangs mijn nieuwe föhn kwijt was. Ik weet dan waar die te vinden is: bij een kleindochter. Want oma’s föhn is beter”. Nu Annemarie niet meer echt werkt kookt zij ook regelmatig op die donderdag. Als er wat preciezer gekookt moet worden voor gasten, dan staat Annemarie in de keuken. Het laatste nieuws is dat ze in het Shantykoor gaat zingen. Dat koor bestond uit uitsluitend oudere heren. Maar nu er een paar dames meedoen heeft Annemarie zich aangesloten. Zingen doet ze graag. Als er muziek is en een microfoon kan ze zich niet altijd inhouden en zingt ze mee.

Gevraagd wat ze zou doen als de Postcodeloterij voor de deur stond met een paar miljoen, zou ze dan een huis in Amsterdam kopen? “Zeker niet”, zegt ze, “We hebben het hier in Haven erg naar ons zin. Het buurtje is erg aangenaam met al jaren wat vriendinnen daar met ons eigen appgroepje. Gerlof en ik wandelen veel in het Waterlandse Bos en het Cirkelbos, en we fietsen hier veel”.

“Haven wordt steeds leuker. We winkelen hier graag, met onze vaste adressen. Al die terrassen en restaurants van uitstekend niveau, De Kerkgracht is verfraaid, en steeds meer woningen in het centrum worden ertussen gebouwd. Ook de opgeknapte havenkom is een aanwinst. Het is een genoegen hier te wonen. Behalve het verdwenen Havenconcert, dat moet terug. Het Havenfestival is leuk, maar onaf zonder het beroemde Havenconcert”. Lastig is dat de havenkom architect het onmogelijk heeft gemaakt dat er op die plek bij de havenkom een podium gezet kan worden. Even niet opgelet, gemeente! Ze is het eens met mijn suggestie “Afgraven die architectonische bult bij de vlaggen en de grasplaggen terugleggen. Dat moet toch niet zo moeilijk zijn!” We filosoferen over hoe je nu toch dat budget voor het concert weer terugkrijgt.

Gaan jullie wel eens uit, naar het theater bijvoorbeeld? “Dat deden we graag, maar ik merkte dat die Corona-epidemie die gewoonte had veranderd. Daar hebben we wat aan gedaan. We zijn weer bij Vis a Vis geweest, bij Suburbia op de Kemphaan, en onlangs in het Concertgebouw, het La Scala orkest. Ook zijn we meer naar de agenda’s van de Kunstlinie en de Goede Rede Concerten aan het kijken. Dat genoegen is dus weer terug. Nog wensen voor jullie zelf? “Voor ons zelf zou ik zo graag de Gooimeerdijk weer open hebben. Dan rijden we veel makkelijker Haven in, in plaats van over de A6, of door de Schapenmeent. Buren die nu even makkelijk boodschappen in Eemnes doen gaan dat dan ook doen in Haven. En wat is er mooier dan over die dijk zo je dorpje in te rijden?“.

We zijn het eens. Die dijk moet weer open. En het Havenconcert moet weer terug.

Nico van Duijn

Voor de Havenaar, 2 oktober 2023

Annemarie Jorritsma-Lebbink gesproken Read More »