Daar was Almere een voorloper in, ver voordat de euthanasiewet er was. Die euthanasiewet in 2000 had een lange voorgeschiedenis, zoals de zaak van de huisarts Postma en haar moeder (1971), de zaak van huisarts Sutorius en zijn patiënt Bongersma over hulp bij zelfdoding bij een klaar met het leven situatie (1998).
In de jaren 90 begon de discussie over euthanasie vorm te krijgen. Maar de jaren daarvoor was er al een euthanasiepraktijk ook in Almere, maar stiekem. In de jaren 80 wilden Alkmaar (officier van Justitie Jitta) en Almere (huisartsen Spiers en van Duijn van gezondheidscentrum de Haak) al af van dat stiekeme, onafhankelijk van elkaar en rond dezelfde tijd. Daar kwam bij dat we alleen ervaring konden opdoen en delen als we in het openbaar konden melden zonder vervolgd te worden. Technisch was de uitvoering een rommeltje, al kwam daar snel verandering in door de publicaties van de Delftse anesthesioloog Admiraal (Verantwoorde euthanasie, een handleiding, 1980) en zijn eerste publieke en justitieel beoordeelde euthanasie (1983).
De Almeerse huisartsen hebben contact gezocht met de officier van justitie, de inspecteur volksgezondheid en de GGD-artsen. Afgesproken werd hoe te melden, welke volgorde en wie waarvoor verantwoordelijk was. De GGD-arts kwam voortaan na de euthanasie thuis langs, stelde onnatuurlijke dood vast, registreerde de verpakkingen van de medicatie en belde de officier van justitie die vervolgens het lijk vrijgaf. Later is daar meer uitvoerige verslaglegging bij gekomen. We waren gelukkig af van agenten in uniform die als eerste het lijk bekeken om daarna de GGD-arts te bellen. Ook konden we de bezwaren van de apothekers overwinnen en met hen procedures voor aflevering afspreken. Willem Spiers was hier de motor, van Duijn deed kennis verzameling rond euthanasie. Dat laatst kon door de ervaring van Britse huisartsen aan te boren en die van Admiraal.
Al gauw hadden de Almeerse huisartsen een schat aan ervaring, we hielpen elkaar en konden bij de invoering van de euthanasiewet bogen op 15 jaar ervaring waar de rest van Nederland nog moest beginnen. Het netwerk van SCEN-artsen (Steun en Consultatie, nodig bij wet) voor de onafhankelijke beoordeling was in Almere vlot opgezet en groot. In 1998 functioneerde van Duijn als palliatief consulent, maar lokaal was dat nauwelijks nodig. Wel zorgde dat voor wat werk in academische commissies en redacties. In het Zorgcentrum de Overloop in Haven heeft hij in 1998 een palliatief appartement helpen inrichten, op de bovenste verdieping, uitkijkend over het Gooimeer, met het raam op het Zuidwesten, de ondergaande zon. Zijn vrouw, Cora Janssen is daarvoor links en rechts gaan schooien voor een huiselijke inrichting van de kamer, inclusief een slaapbed voor familie en kunst aan de muur. De directie van de Overloop heeft zijn best gedaan bij de zorgverzekering die 100% bezetting betaalde, en niet 70%. Dat is de financier duidelijk gemaakt, alle dag sterven daar, dat konden we niet organiseren.
De wijkverpleegkundigen van Haven en de eigen huisarts verzorgden hier mensen in hun laatste dagen of weken als dat thuis niet meer lukte. Dit was dus een hospice functie ingebouwd in de reguliere zorg, waarvoor later een echt hospice kwam. Raar genoeg is de hospicefunctie in Nederland steeds een particulier initiatief met vrijwilligers – en wijkverpleging, naast een paar bedden in het verpleeghuis.
In 1996 is een casuïstisch artikel in Huisarts en Wetenschap gepubliceerd, “Hulpverlening voor wie dood wil, of hulp bij zelfdoding?”, twee jaar voor huisarts Sutorius voor de rechter moest verschijnen voor hetzelfde. Ondertussen was er een stortvloed aan publicaties en ingezonden brieven, in de vakpers en landelijk.
Die hulp bij zelfdoding van het artikel in 1996 was nog buiten de orde van melding, want het was geen euthanasie. De politie vertrouwde mijn leugentje niet, maar liet het erbij. Deze jaren ervaring kon ik inzetten toen ik gevraagd werd voor de Regionale Euthanasie Toetsingscommissie (2002-2009).
Almere liep ruim 10-15 jaar voor op Nederland op het gebied van euthanasie, toen elders in het land met het aannemen van de Euthanasiewet in 2000 de Nederlandse huisartsen nog ervaring moesten gaan opbouwen. En daar kunnen we trots op zijn.
2025