Overige columns

Pa

Dag Pa! Je bent een jaar geleden gestorven. Ik kom even een praatje maken, meer voor mezelf, want antwoord geef je niet meer. Gisteren hebben we je graf bezocht; niks bijzonders eigenlijk, een beetje dooie boel met stenen en plantjes.

Winkelwagentje

Je stoot met je winkelwagentje in de supermarkt een stapel koekjes om. Het wordt een genante warboel. Schuldig om je heen kijken, stom van je, sorry zeggen, en opruimen. Er zijn mensen die ogenblikkelijk gaan trappen tegen het winkelwagentje. Een enkeling is hier extreem in.

Flesjes

Gisteren op bijscholing geweest, in Zwolle, over gezinnen met veel problemen en hoe je dat dan doet, vanuit de welzijnsstichting en de zorg. Fascinerend volkje, die welzijnsmensen. Daar durven mensen nog met droge ogen te beweren dat je vraaggestuurd moet werken met probleemgezinnen en schulden, in overleg met de cliënt, en dat je vooral transparant moet terugkoppelen op vrijwillige basis. Zonder argumenten trouwens. Gelukkig waren er ook veel praktische mensen. Debat dus.

Jong

Je bent jong en je wilt wat, zo klinkt het enthousiast. Marcel, 25 jaar, leuke baan, kocht een huis maar had ook een dure smaak. Zijn ouders hielpen hem met de hypotheek en de inrichtingskosten. Voor heel veel geld richtte hij beneden in en toen was het geld op. De bovenverdieping is nu nog kaal beton en onbewoonbaar. Een andere Marcel kocht samen met zijn vriendin een huis en richtte dat duur in met behulp van de bank.

Afzien

Sporters zien af, zo noemen ze dat: afzien. Afzien betekent voor een sporter dat je pijn hebt en toch doorgaat. Daar zijn ze trots op.  Zelf ben ik geen sporter van nature. Dat is erfelijk. Geen enkele van de 50 familieleden van mijn vaders kant doet aan sport.

Roken

Gisteren heb ik niet gerookt. Dat leek me een aardig verjaarscadeautje voor haar, een dag niet roken na 40 jaar verslaving. Dat vond zij ook, gelukkig. Vanochtend bedacht ik dat nog een dag niet-roken erg stoer zou zijn. Ik kan altijd weer beginnen met roken, morgen bijvoorbeeld. Ze vroeg ‘Ben ik nog een beetje jarig vandaag?’. Ze bedoelde ‘Krijg ik nog een dag niet- roken cadeau?’ Ja, je bent nog een dag jarig.

Dood

Mijn vader is dood gegaan. We hebben geluk gehad. Wij sterven in de goede volgorde: hij eerst, ik later. Verder leven wilde hij niet meer. Toch lukte het sterven niet. Hij had namelijk breinziektes waaraan je niet zomaar dood gaat, zoals tobberigheid, angsten, Parkinson en dementie. Dat bedlegerige en rolstoelafhankelijke vond hij nog het makkelijkste te dragen. Maar dat zijn brein verkruimelde, dat vond hij vreselijk. Zijn denken was zijn werk, zijn lust en zijn leven. En dat verpulverde, bij leven. Gelukkig kwam er een longontsteking langs, de vriend van oude mensen.

Mieren

Een mierenkolonie is een goed georganiseerd bedrijf. Het beschermt de koningin, haar eieren eigenlijk. Ze sjouwen heen en weer voor eten. Ze verdedigen zich tegen vijandige buurmieren. Ze herstellen de mierenhoop na een plensbui. Het vreemde is dat de mierenkolonie geen manager heeft. Er is geen raad van bestuur, er zijn geen teamleiders. Dit lijkt op ons brein.

Baas

Wat doe je als je baas niet doet wat je vraagt? Je vraagt iets simpels, maar de baas reageert niet. Bazen doen dat vaak. Machteloosheid, denk ik dan. Neem nu het aanstellingscontract van Jan. Daar staat een foutje in.

Pijnlijke ontmoeting

Op het terras van de Markt zitten vier levenswijze middelbare mannen. Dit biermoment wordt steeds onderbroken door groetende langslopers. Wie groette je daar? Vraagt de één aan de ander die begroet wordt. Geen idee, zegt die ander. Ik ken zijn gezicht al jaren, maar het is wat pijnlijk als ik laat merken dat ik zijn naam niet ken. Gezichten herken ik feilloos, maar zonder namen.