Overige columns

Hondenpoep, kleurlingen en verkeersdoden optellen

Het weekblad Elsevier heeft gemeentes vergeleken. Almere scoort slecht op de factor Rust & Ruimte’ en op ‘Harmonieus Leefklimaat’. Dit vond ik raar. Het blijkt dat ‘niet zo harmonieus’ te maken heeft met het gevoel dat er veel gekleurde mensen zijn, ergernis over de stinkende barbecue van de buren, en het aantal verkeersdoden. ‘Rust & Ruimte’ is net zo’n allegaartje: bevolkings­dichtheid, zeskamerwoningen, perceeloppervlak per woning, huisoppervlak en files. Daar wordt de beoordeling van bewoners over parkeermogelijkheden doorheen geroerd, niet de cijfers over aantal parkeerplaatsen. Op files doet Almere het natuurlijk slechter dan Dokkum. Die snap ik. Maar beleving van parkeerplaatsen optellen bij perceeloppervlak en bevolkingsdichtheid is een beetje zot. Ze zijn namelijk afhankelijk van elkaar. Bij ‘Harmonieus Leefklimaat’  zijn subjectieve en objectieve gegevens opgeteld en door 20 gedeeld. Subjectief is bijvoorbeeld het oordeel van contact met de buurt, gezelligheid en verantwoordelijk voelen voor leefbaarheid. Dat zegt vooral wat over je eigen mopper-quotiënt, niet over de buurt. Subjectief

Over klassieke muziek, sterfbed en hysterie

Klassieke muziek is meestal van allang overleden componisten. Daar is Radio 4 gauw over uitgepraat. Ze hebben het dus over de diep gevoelde toets van de  Griekse pianist Doeterniettoe. U weet wel, dat genie van 15 jaar. Alles in dat wereldje is briljant, absolute top, tragisch grote hoogtes. Een paar kenners horen de verschillen tussen de uitvoeringen. Ik niet. Het is Bach en dart vind ik prachtig. Maar de 6000ste uitvoering klinkt niet anders dan de 6001ste. Oh nee, Radio 4 vindt de 6001ste altijd beter dan de rest. Raar is dat: altijd beter. En dan dat applaus, waarvoor je moet opstaan. Dat orkest doet verdorie zijn werk. Knap, zeker, maar ze moeten het niet overdrijven. Stel je voor dat ik – vroeger – een superbe stervensbegeleiding had afgesloten. De overleden patiënt ligt vredig op zijn sterfbed. Ik pak mijn koffer en dan

Afdingen

Economisch bezien zijn er twee soorten mensen: afdingers en vertrouwers. Ik ben een vertrouwer, een economisch weekdier zelfs. Ik vind elke marktkoopman, handelaar of winkelier zielig. Staan ze daar in de kou, of in een lege winkel. Dan ga ik wat kopen, want het is zo sneu. Ook belverkopers vind ik erg zielig, en krantenuitdelers op straat. Zo kwam ik aan een jaarabonnemenent op NRC-Next, en aan een donateurschap voor Iraniërs die in de gevangenis zitten. Die gevangenen vind ik niet zo zielig; veel te ver weg. Maar hun familieleden die op straat snikkende folders uitdelen wel. De afdingers vormen een ander mensensoort. Ik heb iemand gekend die zelfs bij een paar sokken van 5 €

Van alles was een eerste in 1976

Een beetje tegen mijn gewoonte in – vandaag is leuker dan gisteren – toch even over vroeger, over de geboorte van Almere, 40 jaar geleden op 1 december 1976. Van alles was een eerste. Ik de eerste dokter met een praktijk van 40.000 hectare, heel Zuidelijk Flevoland. Met de eerste ambulance was dat de hele zorg. De eerste baby was de mooiste. Maar er waren meer eerste gebeurtenissen. De eerst overledene en de eerste plant. De eerste boom die de strakke lijn van de horizon doorbrak en de eerste keer dat de slagboom op de dijk aan gort gereden werd. De eerste vos en de eerste moord. De eerste echtelijke ruzie en het eerste feest. De eerste buitenechtelijke relatie en de eerste strenge winter dat we het dorp niet uit konden. De eerste democratie, onze zelf benoemde Raad van Overleg, en het eerste milieuprobleem. Allemaal uniek toen. Achteraf was het unieke wat anders.

Schrijven is een kunstje

Het is een spelletje, dat schrijven op lengte. Ik ken nog iemand die bij het verzoek ‘Doe maar 300 woorden’ exact 300 woorden aflevert. Het dient geen doel, alleen de eigen lol. Hier een oefening om dezelfde boodschap te schrijven in 70 woorden, 35 woorden, 70 letters en 35 letters. Van de laatst zelfs drie varianten. Gewoon, omdat ik het leuk vind. 

Tja

Sommige mensen hebben zo’n gezicht waar ‘tja’ op geschreven staat. Dat kan van alles betekenen. Dat kan zijn ‘tja, ik zeg maar niks, anders moet ik de notulen maken’. Dat zijn de duikers. Ze zitten in die commissie omdat ze er niet omheen kunnen. De sluweriken zitten erin om niet in een beroerdere commissie te moeten zitten.
‘Tja’ kan ook betekenen dat iemand even moet nadenken. Daar heb je wat aan. En dan maar hopen dat er niet een ‘Doe ik wel even’ type in de commissie zit. Want dan glijdt de verstandige tja-overweging onuitgesproken van tafel. Zonde.  Een tja-gezicht kan soms

Communicatie zonder communicatie medewerkers

Communicatiekunde is een soort schimmel in organisaties. Je treft communicatie beoefenaren werkelijk overal aan, als complete stafafdeling, op elke afdeling, bij elk project en naast elke directeur. Geen projectbegroting zonder de regel “communicatie > 30.000 €”. Communicatie is overigens een wat leugenachtig woord. Meestal is het voorlichting; zenden dus, één kant uit. Communicatie zou heen en weer moeten zijn. Maar daar schrikken veel communicatie medewerkers van. Daarom heet een klant die er even over wil praten een klager die een klacht heeft. En dat is een andere afdeling, de klachtencommissie. Erg ingewikkeld is het niet, dat vertellen aan je klanten wat je doet. Veel vaklui kunnen zo’n foldertekst wel schrijven, of voor Omroep Flevoland vertellen wat ze doen. Ik geef toe, er zijn er ook die een beetje redactie goed kunnen gebruiken. Daar is dan de afdeling communicatie voor. Goed, dan stellen we één redacteur aan. Dat is bovendien handig voor bestuurders, want die kunnen zich dan achter de afdeling communicatie verschuilen, bij incidenten. Het gekke is

Graaien en de Grondwet

Wist u dat onze grondwet uit 1848 het liberté, egalité, fraternité van de revolutionaire Fransen is overgenomen? Maar net ietsje anders. In onze grondwet staat niet vrijheid maar gelijkheid bovenaan. Nederlanders zijn zo ontzettend gelijk dat iedereen tenminste evenveel wil hebben als een ander, verdiend of niet. Vrijheid is vertaald als vrijheid van meningsuiting over alles. Dat is te merken. Een grote mond tegen autoriteiten en deskundigen vinden velen normaal. Want Nederlanders zijn allen professor in de alleskunde. Kap één boom in een wijkje en tientallen bomendeskundigen komen aangestormd; allemaal cum laude afgestudeerd aan de Google University. Broederschap was lastiger voor die Grondwetscommissie in 1848. Wettelijk verplichten leek wat overdreven.

Schaatsen met pindakaas

Kleindochter op de schaats op een App-filmpje, twee-en-een-half jaar. Een mooie leeftijd om met schaatsen te beginnen. Ik moest gelijk aan boterhammen met pindakaas denken, in haar rugzak, schaatsend naar de horizon. Ze leert continu. Haar wacht een propvolle agenda. Want schaatsen is maar één van de vele basisvaardigheden die ze met vallen en opstaan moet leren. Ze kan overigens goed vallen. Ze piept niet zo makkelijk. Plat op je gezicht vallen is meer een hinderlijke belemmering van een leuk avontuurtje. Veel tijd besteedt ze er niet aan. Eerst moet ze leren fietsen natuurlijk. De loopfiets beheerst ze al, later

Zwarte Piet wordt niet gediscrimineerd

Zwarte Piet wordt niet gediscrimineerd. Daarom is het geen maatschappelijk probleem. Zwarte Piet speelt vrolijk  allerlei rollen, net waar hij zin in heeft, in de geest van de tijd. Als het maar een kinderfeestje is. Het is een symbooldiscussie, over wat anderen dan de kinderen, Piet en Sinterklaas er in zien. De kinderen zijn nu het doelwit van een klein groepje uit Amsterdam Zuid-Oost die na 50 jaar immigratie uit Suriname en de Antillen plotseling een slavernij monument wilden, over de geschiedenis van de 17e en 18e eeuw. Alsof dat iets te maken heeft met discriminatie nu. Het is symbolen zoeken. Het gaat niet over discrimineren, want dan moet je het over feitelijke discriminatie hebben. Dan gaat het over een feitelijk maatschappelijk probleem waar je wel boos over kunt zijn op de plek waar dat gebeurt; bij sollicitaties bijvoorbeeld. Gekrakeel dus