Weerpijn voel je ergens anders dan waar de pijn veroorzaakt wordt. U kent dat van hartpijn. Hartpijn voel je op de borst, maar soms in de maag, schouder, armen of kaken. Het hart ligt in de borst en niet in de armen, dat weet u. Maar het pijncentrum in uw hoofd weet dat niet. Pijncentra zijn domme schakelborden ergens tussen stropdas en oren. Er klopt dus weinig van de plek van de pijn.

Pinkpijn kan komen uit de pink of de nek, polspijn uit een zere pols of een tennisarm. Schouderpijn kan komen door een probleem van de long, de nek, de galblaas of toch van een schouderontsteking. Weerpijn is dus verwarrend, vooral voor de dokter. Belangrijker is te weten wat je niet meer kunt door de pijn en wat nog wel. Waar drijft de pijn je toe? Krimp je in elkaar, ga je rondlopen of lig je doodstil? Helpt het als je weigert rekening te houden met de pijn? En vooral, wat roept de pijn op? Waar de pijn zit is niet zo boeiend. Dat kan namelijk weerpijn zijn. Weerpijn beantwoordt de waarom-vraag niet. Weerpijn kan naar van alles verwijzen. Wat gebeurt er wanneer je weer pijn krijgt, dat is belangrijk. Weer pijn krijgen helpt de dokter meer dan weerpijn.