Reuma, reumatische pijn, fibromyalgie, chronisch goedaardig pijnsyndroom, het zijn woorden voor pijn in je botten, spieren en gewrichten, overal eigenlijk. Het zijn vage woorden, tenminste voor dokters. Voor patiënten zijn het prettige woorden. Ze geven hun pijn een naam. ‘Ik heb reuma en ik loop bij het reuma-centrum’, wordt dan gezegd, om serieus genomen te worden.

 

Mensen met reumatische pijn zijn namelijk bang dat je ze niet gelooft. Daar is een reden voor, want er is ook een echte reuma, de rheu­ma­toïde artritis. Dat is die chronische gewrichtsziekte die leidt tot vergroeiingen, knobbels, warme opgezette gewrichten, en uiteindelijk tot een scootmobiel.

Fibromyalgische reumatische pijn zie je niet, rheu­ma­toïde artritis zie je wel. Reumatische pijn heeft geen verklaring, rheu­ma­toïde artritis wel. Er zijn sterke medicijnen voor. Je kunt zelfs professor worden in de rheu­ma­toïde artritis. Een professor in onbegrepen reumatische pijn ken ik niet. Dat is jammer, want pijn doet het. Het plafond witten lukt niet, het potje augurken krijgen ze niet open. Ze hebben pijn in hun arm, zonder dat ze iets raars gedaan hebben. En het gaat niet over, ook niet met rust. Sterker nog, het wordt erger met rust.

Laten we deze chronische pijn eerst een eigen naam geven. Ik stel voor het reumatiek te noemen. Reumatiek is geen diagnose van een begrepen ziekte. Het is een naam die duidelijk maakt dat mensen chronisch pijn hebben. Begrip helpt, al is het niet veel. Verklaringen blijven zoeken, meer medisch onderzoek vragen, dat helpt zeker niet.

Mooie oplossingen zijn er niet voor reumatiek. Er zijn alleen vervelende oplossingen. Bewegen, ook als het pijn doet, is er een van. Een handje hulp vragen is een andere. Soms moet je bewegen, soms een handje hulp vragen. De kunst is het evenwicht te vinden. Leven met reumatiek is dus een kunst, evenwichtskunst.