Pijn dien je te vermijden. Dat leren we kleine kinderen door te waarschuwen voor hete pannen en brandende kaarsen. Maar peuters zijn niet zo gevoelig voor verstandige waarschuwingen. Ze zijn eigenwijs, net als puppies. Die willen het ook zelf ontdekken. Kinderen en puppies leren het door toch voorzichtig met die vinger (kinderen) of die neus (puppy) vlak bij de kaarsvlam te komen.

Dat doen ze één keer en daarna nooit weer. Zo leren ze deze pijn te vermijden: blijf uit de buurt van kaars-vlammen. Wat doe je nu met rugpijn? Ook vermijden? Sommigen doen dat. Elke beweging

doet pijn als het er net inschiet. Dus bewegen ze dagen niet meer, ze gaan liggen, staan scheef en verroeren geen vin. De eerste dag is daar wat voor te zeggen. Je kunt met forse rugpijn vaak niet veel anders. Toch is het beter wat rond te lopen, blijven bewegen. Dan loop je de pijn er uit. Wat te doen als de rugpijn chronisch is, elke dag rugpijn dus? Dan gaat het mis. Mensen hebben zich zo goed ingeprent dat ze pijn kunnen vermijden door niet te bewegen, dat ze automatisch verstrammen. Ze worden steeds passiever. Hun spieren worden slap, de rug zakt door, hun houding wordt beroerd. De

pijn wordt erger hierdoor. Daardoor gaan ze nog minder bewegen. Het valt ze nauwelijks uit te leggen dat ze verkeerd bezig zijn, want ze doen precies wat ze zichzelf geleerd hebben: niet bewegen want bewegen deed pijn toen ze acute rugpijn hadden. Vervolgens gaat het echt mis. De pijndrempel gaat naar beneden. Ze krijgen meer pijn ook al bewegen ze nauwelijks meer. Aan het eind hebben ze rugpijn zonder en met bewegen, lopend, zittend, liggend, altijd dus. Er zijn rugscholen voor chronisch rugpijn. Ik denk dat ze daar meer af moeten leren dan aanleren.