Sommigen hebben chronische pijn zonder goede verklaring. Of pijn met verklaring, maar zonder oplossing. De meesten vinden een evenwicht. Dat is niet leuk, maar het moet maar. Bij sommigen zie je dat de chronische en onbegrepen pijn het hele leven verwoest. Dit kan leiden tot wanhopig zoeken naar een oplossing, begrijpen en begrip.

Een enkeling blijft daarin hangen, vele jaren lang. Juist die groep wordt bozer en wanhopiger. Daardoor neemt de pijn toe. Zelf zien ze dat andersom: de pijn neemt toe en daardoor worden ze bozer en wanhopiger.

Het enige waar je met ze over wilt praten is over hun leven, hoe ze omgaan met de pijn, wat ze doen met wat over blijft. Mensen die stabiliteit vinden, rust, die groeien nogal eens toe naar minder pijn, al krijg je van niemand garantie. Maar dat gesprek willen ze niet. Ze willen niets psychisch, ook als ze depressief en gekwetst zijn, door de pijn, of door de bedreiging van baan en geluk. Eigenlijk zijn het vluchters. Ze zouden het moeten hebben over hun psychische make-up, hun manier om met narigheid om te gaan, hun pijnstijl eigenlijk. Maar dat willen ze niet horen. Ze willen dat de pijn weggaat. Ze eisen zelfs dat anderen hun pijn genezen. En tot die tijd bezoeken ze dokters en websites. Ze zijn boos op die onterechte afkeuring, ontslag en financieel tekort.

Het zijn trieste vluchters die liever de illusie najagen dan met hun pijnstijl aan de slag te gaan. Die illusie is dat er aan de voet van de regenboog een toverstafje ligt, tegen hun pijn. Het lijkt wel of ze denken: illusies zijn beter dan niets. De werkelijkheid is te pijnlijk.