Het Engelse woord whiplash betekent letterlijk zweepslag. Een whiplash is de verrekking van de nekwervels die de autobestuurder oploopt als de achterligger mobiel belt. De pijn van de nekwhiplash voel je niet gelijk. Dat duurt even. De zweepslag van de kuitspier voel je direct. Het Nederlandse woord zweepslag gebruiken we voor de acuut pijnlijke spierscheur, bij het verstappen op de tennisbaan. “Alsof iemand een mes in mijn kuit stak”, zo zegt men. Vreemd; ik heb nog nooit een mes in mijn kuit gehad. Sporters blijkbaar wel.

Ze hinken dan het veld af, naar de dokter, die adviseert voortaan “warming up” te doen, en rekoefeningen. Voetballers met een zweepslag hebben een eigen stijl. Die gaan eerst een kwartiertje liggen kreunen op het veld. Dan worden ze per brancard het veld afgedragen en gemasseerd door hun eigen verzorgers. Voetballers schijnen gevoelige types te zijn. Bij een zweepslag voel je een kuiltje in de spier en daarboven de afgescheurde opgekrulde spierbobbel. De grootste zweepslag die ik ooit gezien heb was een Popey bobbel op de biceps van een zeventigjarige Fries. Hij had getrainde spieren. Hij tilde zijn gehandicapte vrouw moeiteloos uit bed, op de WC en in de stoel. Dat deed hij heel voorzichtig. Op familiebezoek in Friesland was hij wat minder voorzichtig. De jongelui gingen kaatsen, zijn oude sport. Hij was kampioenwerper geweest. Hij wierp nog uitstekend. Maar zijn 70-jarige biceps scheurde half af en krulde naar boven op.  Later liet hij me die bicepsbobbel zien, en passant, toen we over Friesland spraken. Het was vanzelf overgegaan, zonder dokter. Zijn biceps is weer even sterk geworden. Hij moest immers zijn vrouw vertillen en dat liet hij niet aan de thuiszorg over. Geen dokter, geen wijkzuster. Ik heb maar niets gezegd over rekoefeningen en “warming up”. Vermoedelijk bestaan daar geen Fries woord voor.