Ze moet plassen maar kan het bed niet af. ’s Nachts is ze gevallen, alleenstaand oud, nu alleenliggend met hevige rugpijn, op de vloer. Met het alarmhangertje om haar hals heeft ze hulp gevraagd. Ze is overeind geholpen. Nu ligt ze in bed en kan er niet meer vanaf, door de rug. Ze doet vrolijk, maar is het al jaren niet meer. De hele organisatie komt op gang. Apotheek, pijnstilling, de wijkverpleging komt catheteriseren, ambulance, foto maken in het ziekenhuis. Inderdaad, het is een ingezakte wervel. Dat kan 1-2 maanden pijn geven, maar gaat vanzelf over.

De wijkverpleging is een tijdelijk verpleegbed aan het organiseren. Voor de zekerheid zijn kleinkinderen onderweg voor een po-stoel. Lastig is het wel, met haar 120 kg. Een extra ambulance bemanning is nodig om haar te vervoeren. En hoe verpleeg je iemand van dat gewicht met die pijn? Een druk van 120 kg op die gebroken wervel, dat voel je.

 

Normaal mopperen we wat over minder eten en meer bewegen. Maar dat is nu een beetje flauw. Bewegen kan ze al jaren niet door de slijtage van alle gewrichten. Een rollator schuifeltje, dat is alles. Eigenlijk had ze 30 jaar geleden moeten denken aan nu: nauwelijks verpleegbaar thuis na een val, omdat ze zwaar is. Ze is zowat toe aan een verpleeghuis, door haar gewicht. Ik weet wel dat bij te dik zijn veel aanleg komt kijken. Vervolgens draait de cirkel rond tussen minder doen, dikker worden naar nog minder kunnen doen. Dat is beklemmend.

Mopperen over haar gewicht, dat past nu niet. De gedachte ‘Was verdikke 30 jaar geleden afgevallen, gebakken peren enzo…’, die laat ik ook maar waaien. Dik, pijn, en zwaar te moede. Het is genoeg zo. Daar hoeft schuldig niet bij. We gaan lekker voor haar zorgen, al is dat zwaar, voor haar en voor ons.