De manieren waarop mensen met pijn omgaan verschillen enorm. De één wordt enorm tobberig van zijn voetbalknie, de ander heeft de pest er in, wordt boos op zich zelf. Of denk aan de voetballers die boos worden op een ander als ze zelf een snoeiharde sliding maken. Ze worden boos op de tegenstander, de scheidsrechter of het slechte veld. Pijn dus, en hoe je er mee omgaat. Er zijn ook angstige mensen, tot aan hypochondrie aan toe.

Dit is ziekteangst. Het is paniek dat de pijn op een verschrikkelijke ziekte duidt. Of denk aan wanhopige  overwegingen bij het bemerken van de eerste pijn; de reactie van de hond die teveel geslagen is. Die hond kruipt al weg bij de geringste armbeweging. Net zo verstrammen catastrofaal denkende mensen die een klein pijntje voelen. Ze denken direct dat het wel erger zal worden. “Zie je wel, ik dacht het al”.  Die mensen gaan mentaal al liggen voordat de pijn erg wordt. En door dat catastrofaal denken wordt de pijn zelfs erger dan nodig.

 

Tobben, boos, angstig, wanhoop en ziejewellen, het is inderdaad een treurig rijtje. Vorige week op een pijncongres hoorde ik van een andere invalshoek, de positieve invalshoek. De spreker noemde het de positieve psychologie. Hij betoogde dat je onderzoek zou moeten doen naar optimisme en hoop, niet steeds naar depressies en angst. Hoe versterk je dat optimisme? Praat niet over verkeerde manieren van omgaan met pijn. Leer mensen onvermijdbare pijn te accepteren. De ‘stiff upperlip’ van de Britten, die er een wereldwijd imperium mee opgebouwd hebben. Ze voetballen en rugbyen nog net zo. In Nederland heet het “Kop op!”. Misschien helpt het bij wie de kop laat hangen. We maken er een recept van: optimisme, hoop, acceptatie, elk 500 mg, 3 x daags na het eten, kuur afmaken. Ik hoop dat het werkt, ik ben een optimist. Maar accepteer het als ik uitgelachen wordt.