Mannen en vrouwen verschillen in de mate waarin ze pijn kunnen verdragen. Ik had altijd de indruk dat mannen gemiddeld wat kinderachtiger waren bij pijnlijke zaken als prikken en snijden. Ik had de indruk dat ze ook wat makkelijker flauw vielen bij pijn en bloed, vooral jonge mannen. Toch is dit niet helemaal zo.

De pijndrempel – de hoeveelheid van een pijnprikkel zoals knijpen of hitte op een arm - waarboven men de sensatie als pijn ervaart, die lijkt voor mannen en vrouwen ongeveer gelijk te zijn. De maximale pijngrens waarboven meer niet verdragen word, die ligt wat lager bij vrouwen.

Ook zijn er studies gedaan naar de invloed van het geslacht van de onderzoeker bij dit soort pijnexperimenten. Als een mannelijke student getest wordt door een mannelijke onderzoeker, dan geeft de student bij een bepaalde pijnprikkel meer pijn aan dan wanneer de onderzoeker een vrouw is. Nu is gemeten of dat verschil in pijndrempel ook te merken is aan hartslag, zweten en dat soort objectieve kenmerken van pijn. Dit bleek niet het geval. Mannelijke studenten hebben bij dezelfde pijnprikkel evenveel lichamelijke pijnreacties als ze getest worden door een mannelijke of een vrouwelijke onderzoeker. Ze doen alleen stoerder als de onderzoeker een vrouw is. Ze zeggen wat later ‘Au!’. Misschien is het wel omgekeerd. Misschien is hun pijnreactie bij vrouwelijke dokters normaal en stellen ze zich een beetje aan als een mannelijke dokter hen prikt. Ze durven zich bij mij meer te laten gaan. Dat vind ik weer vertederend.

 

Voortaan moet de assistente – de meeste zijn dames bij ons – opgewekt praten met een mannelijke patiënt die ik verdoof om een ingegroeide nagel te verkleinen. Ze moet voortaan niet bezorgd vragen of het nog wel gaat met meneer. Ze moet hem prijzen om zijn stoerheid. Dan kan hij meer hebben en kan ik rustiger prikken.