Als je kind nekpijn heeft, dan denkt iedere ouder aan besmettelijke nekkramp. Dokters denken hier anders over, maar ook dokters zijn bang voor meningitis, want zo heet het officieel. Die nekkramp is een vreselijke ziekte van kinderen. Ze kunnen in een paar uur dodelijk ziek worden, zo ziek dat ze het ziekenhuis niet of nauwelijks halen.

Gelukkig is het bijzonder zeldzaam. Ik denk dat een huisarts eens in de tien jaar een kind met een meningococcen-infectie ziet. Het rare is dat de bacterie die het veroorzaakt gewoon in neus en keel kan logeren, zonder ooit nekkramp te geven. Het is een commensaal. De oudere generatie zal dit woord nog kennen uit de tijd van de woningnood na de wereldoorlog. Een commensaal was een alleenstaande betalende kamerbewoner die mee at. De meningococ  betaalt geen huur voor zijn plekje in de neus, maar leeft er wel vrolijk, en is ongevaarlijk. Dan opeens wordt de bacterie agressief. De bacterie draait dol. Waarom snapt niemand. Het kind wordt ziek.

Waar merk je dit dan aan? Koorts soms? Nou nee, kinderen hebben regelmatig koorts, en meningitis kan koortsloos beginnen. Die valt dus af. Vlekjes soms? Zeker, niet-wegdrukbare vlekjes overal, die zich snel uitbreiden. Maar eigenlijk ben je dan al aan de late kant. Nekkramp misschien? Zeker, een kind met meningitis kan de nek niet buigen, maar pijn doet het niet. Vervelender is dat ook de nekstijfheid een te laat teken is. Hoe herken je het dan? Gewoon, met je ogen en je instinct. Goed kijken bij goed licht. Het kind zit er dan akelig ziek uit, het is grauw, beweegt te weinig, het kreunt wat. Het ziet er gewoon te ziek uit.

En het ouderinstinct. Dat gaat af als brandalarm. Zonder ouderlijk instinct komt de dokter altijd te laat.