Omgaan met chronische pijn kent vele stijlen, zoals flink doorlopen, het zelf opknappen en niks laten merken. Dat kan neutraal, dat kan demonstratief, om begrip te forceren. Partners van mensen  met chronische pijn reageren daarop heel verschillend. Ook partners verschillen in omgaan met narigheid, in dit geval met de pijn van de ander. Hoe dit uitpakt is onderzocht met opnames van partnergesprekken. Een derde van de pijnpatiënten uit zich neutraal tegenover hun partner. Ze laten niet veel merken hoe zwaar het is, maar doen ook niet stoerder dan ze zijn. De rest heeft zo zijn eigen repertoire, zoals dramatiseren, demonstratief onmachtig zijn, catastrofale overwegingen uiten dat het zo meteen wel erger zal worden, of depressief of angstig klagen tegenover hun partner.

Ambitieuze sporters lijden pijn als ze tot aan de grenzen van hun kunnen gaan. De hardloper die nog sneller wil lopen, de fietser die een nog langere berg op wil. Het blijkt dat competitieve sporters geen hogere pijndrempel hebben, maar wel een hogere pijntolerantie. Ander onderzoek laat zien dat het sportieve doel - sneller lopen, steiler fietsen - belangrijker wordt als het pijn doet.  Waarschijnlijk speelt nog iets mee: weten waarom het pijn doet maakt dat sportpijn beter te verdragen  is. Dit geldt helemaal als een gewaardeerde sportfysiotherapeut de pijn omstandig verklaart, met tendinitis, overtraind en hamstrings. Dit is de pastorale kant van dat vak, de fysiotherapeut als priester. Heel anders is het gesteld met chronisch pijnpatiënten.

Vandaag moest ik een raadsvergadering voorzitten en dacht onze gast de accountant een hand te geven. Het was de ambtenaar van financiën op de plek waar vorig jaar de accountant zat. De accountant zat nu aan de andere kant van de tafel. Dat is prosophypognosie, het slecht herkennen van gezichten. Toen hij wat zei herkende ik hem. Voor stemmen heb ik wel een geheugen. Een geheel beschadigd geheugen voor gezichten heeft Oliver Sacks beschreven in 'The man who mistook his wife for a hat', prosopagnosie, meestal na een blessure van het brein. Een van onze praktijkassistenten heeft hypergnosie. Die weet alles. Ik vraag dan

Bewegingsangst is niet meer durven bewegen uit angst voor pijn. Dat is een goede reflex als je enkel gebroken is. Als het gips er af is, dan is het een verkeerde reflex. Dan moet je een beetje door de pijn heen lopen. Niet teveel, niet te weinig. Niet te vroeg, niet te laat. Dat is nu zo lastig, de vage grens tussen vermijden van die bewegingen en het opzoeken van de pijn door te bewegen. Net zo met schouderblessures. Ooit viel ik van de trap, zijdelings, met mijn arm omhoog. Het voelde alsof mijn hele arm eraf scheurde. De fysiotherapeut en moeder Natuur kregen die schouder redelijk op orde in een paar weken. Maar niet helemaal. Ik geef toe, ik mis de zelfdiscipline om die stomme oefeningen te doen.

Rugpijn steeds of rugpijn altijd, jarenlang, je zult het maar hebben. Er zijn drie soorten rugmensen: zoekers, oplossers en accepteerders. Die laatste groep kennen we niet, want die komen niet. De tweede groep kennen we ook niet zo goed. Die hebben zelf manieren ontwikkeld om het vlotter over te laten gaan. Ze hebben hun pijnstillers, uurtje liggen na een zware dag. Verder blijven ze graag wat in beweging. Of ze accepteren de rugpijn als de prijs voor het tegelen van de tuin Tevreden rugpijn is dat. Ze hebben hun adresjes, voor als het even erger is, zoals hun sportmasseur, fysiotherapeut of kraker. Nooit lang allemaal, want zo belangrijk is hun rug niet, hoewel het verdraaid pijn kan doen.

De derde groep rugmensen, de zoekers, die zien we wel vaak.

Pijngeleerden hebben een experiment gedaan of kort of lang duren van de pijn uitmaakt voor de ernst van de pijn. Ze deden proefpersonen pijn en zeiden dat het een minuut zou duren. De proefpersonen moesten zeggen hoe erg de pijn was. Die minuut tikte af op een klok met van die grote wijzers. Bij het tweede experiment vroegen ze die pijn 45 seconden te verdragen. Echter, de pijnwetenschappers hadden geknoeid met die klok. Die 45 seconden op de wijzer duurde gewoon een minuut zonder dat de proefpersonen dat door hadden. Het bleek dat de pijn minder was als de proefpersonen dachten dat het maar 45 seconden zou duren. De klok als een soort paracetamol.

Op de Spoedpost heb ik veel vallers gezien, alle soorten, jong en oud, flinkerds en kermers. Ze hebben pijn aan pols, rug, heup  of enkel. “Heb ik wat gebroken?” willen ze weten. Kinderen van de basisschoolleeftijd zijn meestal flinkerds. Het is niet eenvoudig ze na te kijken, want ze laten pijn niet zo merken. Als je op de gebroken pols drukt – we hebben wat gemene trucjes daarvoor – dan zijn er kinderen die stoïcijns hun ogen iets toeknijpen, meer niet. Maar het kan anders. Er zitten volleerde toneelspelers onder de 8-jarigen. Die kermen heftig met hun zere pols die helemaal niet gebroken is, wat je ook aanraakt. Steevast zijn dat kinderen waarvan de ouders zeggen ‘Ze piept niet zomaar, hoor! Ze is erg flink’. Het gekke is dat ouders van de flinke kinderen nooit zeggen dat het kind flink is.

Sommige jongemannen werken als olifanten. Olifanten kennen geen uitputting. Olifanten zijn nooit overspannen. Zwaar werk hebben ze, die kerels, zoals stratenmaken, vloerbedekking leggen of stukadoren. Dit doen ze zonder veel opleiding, met een soort intelligentie in hun lijf, waarmee ze eigenlijk alles kunnen leren. Thuis leren ze zichzelf autotechniek, elektra en metselen, naast hun werk. Ze klussen wat af. Met één soort is het oppassen: de trotse bikkels die geen grenzen kennen.

Chronisch pijn begint acuut voordat het chronisch is, vaak met iets waar pijn voor bedoeld is: een weefselbeschadiging aanduiden, zoals een peesontsteking. Soms blijft de pijn bestaan, ook als de peesontsteking allang over is. Het komt zelfs voor dat pijn zonder oorzaak begint, zonder weefselbeschadiging.

Chronisch pijn leidt tot allerlei gedachten, gevoelens en apart gedrag, het chronisch pijn gedrag. Zo’n gedachte kan zijn ‘Nu valt de pijn mee, maar het zal wel erger worden”. Zo’n gevoel kan wanhoop zijn, of boos op jezelf.

Zonder plan vlindert ze van de ene hoofdpijnbehandeling naar de andere therapeut. Ze heeft ze allemaal gehad, jaren lang, ten koste van duizenden euro’s, zonder enig effect. De homeopaat met haar druppels, de chiroprakter en ook de osteopaat, want die kraakt anders. En de bindweefselmasseur met dat dure bindweefselrolapparaat, de elektrische nekspierdrukker die met Shiatsu-kracht uw pijn wegdrukt, zolang het ding in je nek drukt tenminste.

Bep was oud, 92 jaar. Ik was betrekkelijk jong, 47 jaar. Toen we elkaar leerden kennen, zo’n 20 jaar geleden, was zij de 70-jarige patiënt met weinig gezondheidsproblemen. Ik was de jonge dokter die 70 jaar onnoemelijk oud vond. We woonden in hetzelfde hofje. Zij was dus ook de oude buurvrouw die altijd zwaaide en tuk was op een praatje. Dat deed ze met veel buren.

Naarmate ze ouder werd was er meer te doen voor de dokter. Ze had wat artrosepijnen hier en daar, wat vocht in de benen, en later atriumfibrilleren tegen hartfalen aan. Maar erg was dat allemaal niet. Er zijn ergere ziektes dan ik heb, zei ze. Ze vond dat ze tevreden moest zijn en dat was ze ook.

Soms verschijnen er studies over pijnbehandeling die je doen fronzen. Onderzoekers van de faculteit der dierkunde in Jaipur, hebben het effect van yoga op migraine bekeken, bij mensen hopelijk. Yoga helpt beter dan niets doen. Logisch, want niets doen is thuis blijven in plaats van een uurtje ontspannende gymnastiek. Yoga had  vergeleken moeten worden met goede migraine behandeling, of met een boswandeling. Onderzoekers uit San Francisco maken dezelfde denkfout bij pijn na een kankeroperatie.

 

Het Engelse woord whiplash betekent letterlijk zweepslag. Een whiplash is de verrekking van de nekwervels die de autobestuurder oploopt als de achterligger mobiel belt. De pijn van de nekwhiplash voel je niet gelijk. Dat duurt even. De zweepslag van de kuitspier voel je direct. Het Nederlandse woord zweepslag gebruiken we voor de acuut pijnlijke spierscheur, bij het verstappen op de tennisbaan. “Alsof iemand een mes in mijn kuit stak”, zo zegt men. Vreemd; ik heb nog nooit een mes in mijn kuit gehad. Sporters blijkbaar wel.

 

Ze moet plassen maar kan het bed niet af. ’s Nachts is ze gevallen, alleenstaand oud, nu alleenliggend met hevige rugpijn, op de vloer. Met het alarmhangertje om haar hals heeft ze hulp gevraagd. Ze is overeind geholpen. Nu ligt ze in bed en kan er niet meer vanaf, door de rug. Ze doet vrolijk, maar is het al jaren niet meer. De hele organisatie komt op gang. Apotheek, pijnstilling, de wijkverpleging komt catheteriseren, ambulance, foto maken in het ziekenhuis. Inderdaad, het is een ingezakte wervel. Dat kan 1-2 maanden pijn geven, maar gaat vanzelf over.

 

De manieren waarop mensen met pijn omgaan verschillen enorm. De één wordt enorm tobberig van zijn voetbalknie, de ander heeft de pest er in, wordt boos op zich zelf. Of denk aan de voetballers die boos worden op een ander als ze zelf een snoeiharde sliding maken. Ze worden boos op de tegenstander, de scheidsrechter of het slechte veld. Pijn dus, en hoe je er mee omgaat. Er zijn ook angstige mensen, tot aan hypochondrie aan toe.

Mannen en vrouwen verschillen in de mate waarin ze pijn kunnen verdragen. Ik had altijd de indruk dat mannen gemiddeld wat kinderachtiger waren bij pijnlijke zaken als prikken en snijden. Ik had de indruk dat ze ook wat makkelijker flauw vielen bij pijn en bloed, vooral jonge mannen. Toch is dit niet helemaal zo.

 

Ze had beenpijn, in de loop van de maanden werd het erger en erger. De klachten pasten niet goed in één of andere diagnose. De pijn werd erger met lopen en met sommige bewegingen, maar verdween niet met rust. Onduidelijk dus. De neuroloog heeft haar nagekeken en schreef: ‘Geen hernia, terug naar de huisarts’. Wat nu? Wel pijn, wel weten wat het niet is, maar niet weten wat het wel is.

Chronisch betekent dat een gezondheidsprobleem lang duurt. De een noemt een ziekte chronisch na 6 maanden, de ander pas na een jaar. Met chronisch wordt ook wel bedoeld dat het levenslang duurt. Chronisch heeft dus tenminste twee betekenissen, ‘Het duurt al lang’ of ‘Het zal nog wel even duren’.

 

Is medelijden meelijden of gewoon meeleven? Meelijden is zelf ook pijn hebben als je iemand pijn ziet lijden. Bij hersenonderzoek blijken hersengebieden die oplichten als men zelf pijn heeft deels op dezelfde manier te reageren als men anderen pijn ziet lijden. Dit hersenonderzoek gebeurt met “functionele MRI”, een scan waarmee gebeurtenissen in (hersen)weefsel afgebeeld worden.

 

Er zijn grofweg drie soorten keelpijn. Keelpijn veroorzaakt door een verkoudheidsvirus, door een bacterie en door het Pfeiffer virus. De eerste zie ik elke dag, de tweede één keer per maand, de Pfeiffer een paar keer per jaar. Van alle drie kun je behoorlijk ziek zijn, met koorts erbij. Een verkoudheidskeelpijn gaat vanzelf over na drie volle dagen. Bij de bacteriële kun je penicilline geven. De Pfeiffer gaat weer vanzelf over na een ruime week koorts en je bent er een paar weken gammel van. Hoe maak je het verschil uit?

 

Wees blij dat er loodgieters en installatiemonteurs zijn. Ze liggen als een slangenmens in uw keukenkastje een lekkage te verhelpen. Omdat uw WC verstopte is liggen zij op hun rug in een natte kruipruimte bij 10 graden boven nul. Er zijn installatiemonteurs van 58 jaar die dit elke dag weer met plezier doen, maar wel met stijve gewrichten.’s Avonds doet alles pijn.’s Ochtends krijgen ze van strammigheid nauwelijks hun broek aan. Zijn ze zo dom geweest voor zichzelf te beginnen, omdat dat beter verdiende, dan moeten ze tot hun 65ste door, als ze het halen.

 

Wat is de ergst denkbare pijn? Wat is erg? Meer of minder erg bepaal je door de ene pijn met een andere te vergelijken. Pijn van een kaakabces en pijn van een gebroken pols bijvoorbeeld. Uw gebroken pols doet behoorlijk zeer, maar uw kaakabces doet meer pijn want de zenuw klem zit in de pus. Pijn met machteloze woede is erger, na een mishandeling bijvoorbeeld, zoals buschauffeurs nogal eens overkomt. Maar breekt u uw arm door een val van uw paard, dan is de pijn minder erg.

Mensen met dystrofie ontwikkelen indrukwekkende pijn en beperkingen na geringe blessures. Kneuzingen, een tennisarm, een knel zittende zenuw, het geneest allemaal niet. In hoog tempo wordt het juist erger. In een paar weken kan een tennisarm, zo’n peesontsteking bij de elleboog, uit de hand lopen tot pijn van nek tot vingers, een opgezette arm, en wit-blauwe zwetende huidverkleuring. Aanraken is erg pijnlijk. Ze dragen hun arm als het ware voor zich uit, alsof het een vals hondje is dat tot hun afgrijzen aan hen vast zit. Ze zeggen steevast ‘mijn pijndrempel is hoog’. Ze bedoelen dat ze hun best doen om flink te zijn. Maar in feite is hun pijndrempel superlaag: tennisarmpijn zonder te bewegen.

Moeders die hun kind steunen bij het hechten van een lelijke wond weten ook niet altijd waar ze goed aan doen. Ze willen troosten, maar hoe doe je dat? Uitgezocht is wat voor soort reacties er zijn van ouders in zo’n situatie. Eén reactie is de beschermende, zorgende reactie. Moeder neemt het als het ware over. Het kind hoeft niet bang te zijn, de pijn valt mee. Moeder zorgt dat het goed komt en straks krijg je een ijsje. Dit plaatst het kind in de passieve rol. Het kind is slachtoffer en wordt verzorgd. Een andere manier van moederlijk reageren is de pijn bagatelliseren en de reactie van het kind bekritiseren. Stel je niet aan, je moet flink zijn (ben je nu niet), het valt reuze mee. Als je beweegt, dan kan de dokter niet werken. Kortom, het kind doet het niet goed. De derde manier

Pijnonderzoekers moeten wel eens wrede mensen zijn. Onlangs vroegen ze een aantal vrijwilligers naar hun pijnlaboratorium te komen. Ze wilden weten of jezelf pijn doen minder pijn doet dan wanneer een ander je pijn doet. Hoe je op die vraag komt is me een raadsel.

 

Ze lieten ze eerst voelen wat pijn is met een zogenaamde druk-algometer. Dat is een apparaatje waarmee je hard in je vel knijpt en de knijpdruk meet. Eerst werden ze geknepen tot het pijnlijk was.

 

Paracetamol is vooral een pijnstiller. Maar het wordt overal voor gebruikt, ook voor niet-pijnlijk onwelbevinden. Niet omdat het helpt, maar om wat te kunnen doen en omdat het geen kwaad kan. Eigenlijk is dit een vreemde redenering. Zo worden paracetamollen ingenomen als men slapeloos is, onzeker op de benen, ergens een drukgevoel heeft.

Sommigen hebben chronische pijn zonder goede verklaring. Of pijn met verklaring, maar zonder oplossing. De meesten vinden een evenwicht. Dat is niet leuk, maar het moet maar. Bij sommigen zie je dat de chronische en onbegrepen pijn het hele leven verwoest. Dit kan leiden tot wanhopig zoeken naar een oplossing, begrijpen en begrip.

Vanaf 60 of 70 jaar gaan de meeste mensen wat krukken. Je hoort ze er niet over, meestal niet tenminste. Behalve die mevrouw van 86 die er gloeiend de pest in had dat haar knieën, rug, heupen, polsen, vingers en haar rechter voet zo’n zeer deden. Lekker doorstappen van de sluis naar de super was er niet meer bij. Dat holletje de dijk op, dat ging nog wel, maar niet met tegenwind. Zij werd er opstandig van. Maar de meeste oudere mensen accepteren dat het minder wordt.

Vrouwen krijgen wel eens een blaasontsteking. Mannen krijgen wel eens een prostaatontsteking. Het is ongeveer hetzelfde. Het zijn beide urineweginfecties. Het komt op alle leeftijden voor. Beide infecties zijn op te lossen met antibiotica. Maar vrouwen gaan anders met hun blaasproblemen om dan mannen met hun prostaat. Vrouwen kunnen er erg laconiek onder zijn. Het doet pijn met plassen en je moet 20 keer. Soms plas je bloed. Nou en. Ze hebben erger meegemaakt.

Hoe mensen over hun pijn vertellen verschilt enorm. Daarom is het handig pijn te meten. Dat is objectiever, preciezer. Het is handig als je wilt weten of het nu beter of slechter gaat. Daarom laten we dat wel eens opschrijven. Maar welke kant van pijn meet je dan? Denk aan de ernst van de pijn, de hinder door de pijn, of aan de consequenties. Hoe wordt je hier nu wijs uit?

Een injectie krijgen kan pijn doen. Maar hoe kondig je dat aan? Beetje over het weer praten, hand op het huidgebied om af te leiden, dan mompelen ‘Zo, daar komt ie’. Bij het woordje ‘zo’ zit de naald er al in. Als we kinderen moeten verdoven en hechten, dan doen we het net zo, vriendelijk babbelend doch rap doorwerkend. Dit gaat goed,

Als je kind nekpijn heeft, dan denkt iedere ouder aan besmettelijke nekkramp. Dokters denken hier anders over, maar ook dokters zijn bang voor meningitis, want zo heet het officieel. Die nekkramp is een vreselijke ziekte van kinderen. Ze kunnen in een paar uur dodelijk ziek worden, zo ziek dat ze het ziekenhuis niet of nauwelijks halen.

Hij had pijn in zijn been. Volgens zijn collega’s was het een hernia, volgens zijn dokter een ischias. Hem maakte het niet uit, als het maar beter werd, maar dat gebeurde niet. ’s Morgens bij het opstaan had hij weinig last. Maar in de loop van de dag nam de beenpijn toe, zeker als de dag wat langer duurde. Hij kon minder werken dan hij wilde.

Weerpijn voel je ergens anders dan waar de pijn veroorzaakt wordt. U kent dat van hartpijn. Hartpijn voel je op de borst, maar soms in de maag, schouder, armen of kaken. Het hart ligt in de borst en niet in de armen, dat weet u. Maar het pijncentrum in uw hoofd weet dat niet. Pijncentra zijn domme schakelborden ergens tussen stropdas en oren. Er klopt dus weinig van de plek van de pijn.

Zijn voet doet pijn. Eerst alleen de voorkant, met scherpe scheuten in een paar tenen. Een paar weken later doet ook de binnenkant van de voet pijn. Daar snapt hij niets van. Hij is nog jong met zijn 32 jaar. Hij heeft geen vierdaagse gelopen. Hij loopt nauwelijks voor zijn werk als accountant.

Reuma, reumatische pijn, fibromyalgie, chronisch goedaardig pijnsyndroom, het zijn woorden voor pijn in je botten, spieren en gewrichten, overal eigenlijk. Het zijn vage woorden, tenminste voor dokters. Voor patiënten zijn het prettige woorden. Ze geven hun pijn een naam. ‘Ik heb reuma en ik loop bij het reuma-centrum’, wordt dan gezegd, om serieus genomen te worden.

Ze kreeg een stekende pijn op de borst. Ze was aan het sporten toen het begon vorige week. Ze is 18 jaar. Die pijn bij het borstbeen deed zeer met doorademen en dat is nog steeds zo. Daardoor ademt ze voorzichtig, vanuit haar schouders. Daar wordt ze dus benauwd van en dat is een eng gevoel.

Oorpijn is soms helemaal geen oorpijn. Mensen zeggen dan 'Ik heb oorpijn' en wijzen de pijn daar ook aan. Maar in het oor is niets afwijkends te zien. Het kleine trommelvliesje diep in het oor ziet er fraai uit, glanzend grijs, en doet keurig zijn trillende werk. De gehoorgang, dat 2 centimeter diepe gangetje naar het trommelvlies, ziet er ook gaaf uit; geen steenpuist te zien. En toch doet het oor pijn.

Oorpijn door een middenoorontsteking is een van de naarste pijnen. Daar zijn alle kinderen het over eens. Oorpijn gaat vaak op de klok. Heel raar is dat. Kinderen met een middenoorontsteking krijgen vaak oorpijn rond 4 uur ’s middags, brullen de hele avond en vanaf 4 uur ’s nachts hoor je ze niet meer. Dan kunnen de ouders eindelijk gaan slapen.

Zielepijn, bestaat dat? Pijn hebben bij verdriet? Ik denk het wel. Maar zielepijn kun je niet onderscheiden van lichamelijke pijn. Het voelt net zo aan als pijnlijke nekspieren. Het is de­zelfde pijn. Zielepijn is altijd ook lichamelijke pijn. Daarom helpen pijnstillers soms voor zielepijn; wat raar is. Van pijnstillers kun je zo zielsgelukkig worden.

Zweertjes in de mond heb je in soorten en maten. De bekendste zijn de herpes zweertjes. Dit herpes virus is een heel slim virus, want het zorgt dat het altijd een gastheer heeft, een mens om in te leven. Misschien is het wel andersom. Misschien hebben deze virussen ons. Dan zijn mensen voor hen hetzelfde als een weiland voor een koe.

Pijn kan tot groot misbaar leiden. Dit zijn de aanstellers.  Anderen verbijten zich, zichtbaar. Dit zijn de demonstratieve flinkerds. Aanstellen wordt als zwakte beschouwd. Flink zijn is goed. Maar ik ben van geen van beide onder de indruk.

Ik heb de indruk dat jonge kerels van 15 tot 40 de grootste aanstellers zijn. “Doet het pijn?” vragen ze als je met een verdoofnaald richting de wond beweegt. “Natuurlijk doet dat pijn, maar hechten doet geen pijn, want dan is het verdoofd, met deze naald.

Is morfine verslavend? Soms, maar meestal niet. Het hangt er van af hoe je het tot je neemt. Morfine per tablet geeft nauwelijks een lekker gevoel. Dat werkt bij normale mensen niet verslavend. Morfine per injectie wel. Dat geeft zo’n heerlijk gevoel dat het verslavend kan werken. Als u geluk heeft dan krijgt u een morfineinfuus na een operatie, met een knopje voor een extra shot. Heerlijk, heb ik begrepen.

Morfine is een sterke pijnstiller. Sterke medicijnen kunnen sterke bijwerkingen hebben. Maar bij hevige pijn moet je daar niet naar kijken. Het gaat om hevige pijn door kanker of  pal na een operatie Eerst maar eens die hevige pijn aanpakken en dan pas zien of er bijwerkingen bij komen.

Kinderen hebben wel eens waterwratjes, kleine blaasjes met een miniem kuiltje in het midden als je goed kijkt. Er in zit een druppeltje dikke slijm. Als ze rijp zijn zou je ze kunnen uitdrukken. Maar pas op, het is wat besmettelijk. Door dat gepruts kunnen meer waterwratjes er om heen ontstaan.

Is pijn dom? Ja, soms is pijn dom, de pijn heeft geen doel, het slaat nergens op. Pijn is ook wel eens slim. Dan is pijn een bescherming tegen beschadiging van het lichaam. Verder is er pijn die op zichzelf dom is, maar een slimme oorzaak heeft.

Pijn dien je te vermijden. Dat leren we kleine kinderen door te waarschuwen voor hete pannen en brandende kaarsen. Maar peuters zijn niet zo gevoelig voor verstandige waarschuwingen. Ze zijn eigenwijs, net als puppies. Die willen het ook zelf ontdekken. Kinderen en puppies leren het door toch voorzichtig met die vinger (kinderen) of die neus (puppy) vlak bij de kaarsvlam te komen.

Herinner je je pijn, eerdere pijn? Of heeft pijn zelf een geheugen? Het lijkt op het laatste. En de pijndrempel bestaat ook, is meetbaar in het laboratorium, althans bij proefdieren.

Begin deze maand was er een internationaal hoofdpijn congres, over de structuur van pijn. Geen psycho­loog gezien dat weekend, alleen maar hoofdpijndokters, onder elkaar. Chronisch pijn is bio­chemie, neuro-electronica, en oplichtende kleuren op een PET-scan van de her­sen­en.

 “Ik ben zo moe” , zo zegt men, “en dat vind ik raar. Want ik slik extra vitamine en eet fruit” . Blijkbaar is iedereen gaan geloven in de reclames over voeding: voeding geeft energie. Fantastische supervoeding geeft nog meer energie. Die redenering draaien mensen vervolgens om. “ Als je moe bent, dan helpt nog gezondere voeding, met dure vitamines pilletjes erbij”. Omkeren van redeneringen zijn denkkronkels, een dure kronkel waar u arm van wordt en fabrikanten van voedingssupplementen en vitamines rijk.

Mensen met overal veel chronische pijn zonder voldoende verklaring zeggen vaak dat ze een hoge pijndrempel hebben. Technisch gezien is dat niet zo. Het is omgekeerd. Ze hebben bijvoorbeeld pijn van een tennisarm, de peesontsteking bij de elleboog, bij geringe bewegingen, of zelfs in rust. Hun pijndrempel is dus verlaagd vergeleken met mensen die hun tennisarm alleen maar voelen als ze een nieuwe pot augurken opendraaien.