Catastrofaal denken is verwachten dat het wel weer mis zal gaan, dat je het weer niet snapt. Sommigen hebben dat met tabellen. “Ik zal het wel weer niet snappen”, zegt het verwachtingsduiveltje in je hoofd. Tabellen vind ik toevallig erg leuk om te lezen. Veel duidelijker dan bladzijden lang geneuzel. Maar ik ken het wel, dat catastrofaal denken. Mijn verwachtingsduiveltje duikt op in mijn brein als ik op knopjes druk. Het is nog erger.

Als ik in de buurt zit van knopjes, dan gaat er iets ernstigs stuk in dat apparaat. Ik hoef maar een paar weken in de auto te rijden en alle zenders van de autoradio verlopen, zonder dat ik iets bijzonders doe. Scannen naar zenders helpt niet, want dan blijft de radio scannen zonder te stoppen bij een leuke zender. Nieuwe telefoontjes zijn nog erger. Alles heet anders, werkt anders en toetst anders. Voor je het weet maakt zo’n nieuw telefoontje een foto van je knie. Maar ik ben wijzer geworden. Langzamerhand weet ik dat het niet aan mij ligt. Het ligt namelijk aan de knopjes. Wist u dat er tien manieren zijn om een knopje in te drukken? Dat staat niet in de handleiding. Van kort tot allerlei soorten lang, één keer indrukken, twee keer, met alle soorten tussentijden. Al die tijdslengtes zijn geheim en variëren in de loop der tijd. Het ligt dus niet aan mij, maar aan de knopjes. Daarom heb ik geen last meer van het catastrofaal denkende duiveltje in mijn hoofd. Ik denk dat die duiveltjes nu in alle apparaten met knoppen zitten. Ook een probleem, maar dat mogen anderen oplossen. Dat kan ik niet.