Gisteren op bijscholing geweest, in Zwolle, over gezinnen met veel problemen en hoe je dat dan doet, vanuit de welzijnsstichting en de zorg. Fascinerend volkje, die welzijnsmensen. Daar durven mensen nog met droge ogen te beweren dat je vraaggestuurd moet werken met probleemgezinnen en schulden, in overleg met de cliënt, en dat je vooral transparant moet terugkoppelen op vrijwillige basis. Zonder argumenten trouwens. Gelukkig waren er ook veel praktische mensen. Debat dus.

Plotseling viel het me op dat mensen met die ‘transparante vraagsturing’ opvatting zwaaiden met een flesje water. Uitsluitend vrouwen! Dat is een raar gezicht als de helft van het publiek zo’n blauw waterlurkflesje aan de mond zet. Zonder enige gêne slurpt men tijdens een workshop, een voordracht, lopend in de gang, onder het praten, dat water uit dat lichtblauwe flesje. Bij dat lurken hoort een haastige, ernstige gezichtsuitdrukking, alsof ze dood zouden neervallen als ze niet snel wat water zouden lurken, voor hun gezondheid dus. Het is duidelijk geen genot. Het is een noodzaak, een overtuiging, misschien wel een voorschrift van Sonja Bakker. Ik zeg er maar niets van. Maar ik vind er wel wat van. Ik vind het een nogal ongegeneerde levensstijl, vergelijkbaar met spugen op straat, kauwgum kauwend praten, krabben aan je gat of boeren na het eten. Laten we als beschaafde mensen voortaan een vies gezicht trekken als we iemand in het openbaar water zien lurken. Niets zeggen, alleen maar vies kijken.