Je bent jong en je wilt wat, zo klinkt het enthousiast. Marcel, 25 jaar, leuke baan, kocht een huis maar had ook een dure smaak. Zijn ouders hielpen hem met de hypotheek en de inrichtingskosten. Voor heel veel geld richtte hij beneden in en toen was het geld op. De bovenverdieping is nu nog kaal beton en onbewoonbaar. Een andere Marcel kocht samen met zijn vriendin een huis en richtte dat duur in met behulp van de bank.

Na een jaar was de liefde over en nu hebben ze beiden een schuld van  € 20.000 en geen woning. Een derde Marcel reed een tijd terug met een dronken kop zijn auto in elkaar; € 10.000 schuld. Hij wilde een huis kopen. Dat leek zijn ouders ook een goed idee, want zij waren zijn uitspattingen eerlijk gezegd een beetje zat; veel uitgaan en niet sparen. Jammer is dat hij die hypotheek niet krijgt, want hij heeft nog een schuld. De bank is niet gek; die niet. Ik vrees dat zijn ouders hem gaan helpen met die schuld, om van hem af te zijn. Ik kan al voorspellen dat dit mis gaat.Er zijn andere Marcellen, maar deze drie hebben wat gemeen: hun ouders. Blijkbaar hebben hun ouders deze jonge branies jarenlang voor elke stommiteit beschermd, steeds weer geholpen, bij elke tegenslag, met alles, en vooral met geld. Het zijn kinderen gebleven, met een volwassen salaris. We praten graag over asociale probleemgezinnen, met schulden en verwaarloosde kinderen. Deze krijgen begeleiding. Zouden er ook opvoedcursussen zijn voor ouders met teveel geld en een grenzeloos groot hart? Voor deze drie Marcellen is het te laat. Zij worden nu opgevoed door de bank.