Wantrouwend kijkt ze me aan als ik haar naar de psycholoog wil sturen voor pijn. “Je vind het toch niet psychisch? Jij ook al! Iedereen denkt dat ik me aanstel. Ik heb echt veel hoofdpijn, misselijkheid, nekpijn, sinds die val van de trap. Toch moest ik weer gaan werken van de bedrijfsarts. De teamleider gelooft me ook al niet. Schreeuwende ruzie hebben we gehad”. Ze wordt steeds bozer.

Dit is geen fijne start van een consult. Eerst geef ik haar gelijk. Het is beroerd, dat ze geen begrip ontvangt voor haar klachten. Dan schakel ik door. ‘Hoe gaan we het oplossen?’ Ze valt even stil en begint van voren af aan, met het probleem, niet met een oplossing. Dat breek ik af, want met een 10 minuten afspraak moet je opschieten. Ze wil dat de hele wereld haar begrijpt. Dat lijkt me niet eenvoudig. “Begin met je eigen aandeel”, is mijn suggestie. “Geen natuurlijk herstel én een werkprobleem. Dan heb jij ook een rol. Waarom ben je zo boos? Welke gevoelige snaar is er geraakt bij je? Dat is iets voor de psycholoog. En met de bedrijfsarts heb ik afgesproken dat je het met een nieuwe leidinggevende gaat uitpraten. Nieuwe start, zand erover. Je hebt een tweekoppig probleem: je klachten door dat ongeval en je privé wanhoop over onbegrip, in de hoek geduwd worden. Dat zal wel vertrouwde wanhoop zijn”. Even natte ogen, een diepgaand gesprek dreigt. Ik vat maar gauw samen, 15 minuten nu. “Je klachten komen door die geweldige optater die je nek heeft gekregen, natuurlijk. Maar het beloop, dat het niet opknapt en de ruzies, dat is psychologie, van jou; van anderen ook trouwens”. Een nek geneest niet zolang je onrecht wordt aangedaan. Ruzie maken over wie de schuld heeft houdt genezing tegen. Blijvende boosheid is een slecht medicijn. Het levert alleen maar bijwerkingen op en geen oplossing. Praat eens met je boosheid. Wie weet wordt dat wel een goed gesprek.