Sofie is bijna vier en heeft hoofdpijn. Met haar ouders komt ze binnen, zelfstandig, tussen moeder en vader, niet aan het handje, zonder de schuchterheid van de drie-jarige. Op mijn vragen trekt ze het gezicht ‘Wat een domme vraag, zeg!’ en laat het verder aan haar ouders over. Einde audiëntie. Volgens haar ouders zegt ze nooit uit zichzelf dat ze hoofdpijn heeft. Dus vragen ze haar vaak. Alles bijeen heeft ze waarschijnlijk twee soorten hoofdpijn. Bij de éne speelt ze gewoon door, bij de andere ziet ze er pips uit, ze is dan stiller. In beide gevallen duurt het waarschijnlijk een uurtje of korter. Het zou me niet verbazen als ze later duidelijke migraine en gewone hoofdpijn zou ontwikkelen. Nu valt er niet veel verstandigs van te zeggen. De oorzaak weten de ouders al. Sofie eet slecht en drinkt te weinig.

Sofie krijgt voortdurend een lurkflesje water in de mond gestopt om dat verhelpen. Vader heeft vroeger zijn eigen hoofdpijn genezen met veel water drinken. Hij betoogt dat de Sofie’s hoofdpijn betekent dat ze te weinig water drinkt. Daar valt geen speld tussen te krijgen. En ze eet slecht en daar krijg je ook hoofdpijn van, volgens de ouders. De knabbeltjes komen tevoorschijn. Sofie laat zich blijkbaar elk half uur bedienen. Het was een beetje een gokje, maar ik heb betoogd dat het misschien twee losse dingen zijn, hoofdpijn en de cateringgedragstoornis. Elke peuter eet slecht. Dat kan leiden tot angstig verwennen, fruithapjes en tussendoortjes. Daarom hebben ze ’s avonds geen trek meer, wat voor ouders een bewijs is van hun gelijk. Ik denk dat Sofie een leven heeft als een prinses. Op de vraag ‘ Heb je hoofdpijn?’ was een knikje genoeg om direct een lurkje of een hapje te krijgen. Als ze geen trek had schudde ze van ‘nee’. Efficiënter kan niet. Een verwend kind was het niet. Wel een tevreden, slim kind dat vond dat het goed geregeld was in haar leventje. Af en toe hoofdpijn? Ach, als de bediening maar goed is.