Pijn kun je verzachten met medicijnen; behandelen heet dat. Suggestie kan ook goed helpen. Denkt u maar aan het kusje op de knie bij het kind dat lelijk gevallen is. U doet er een pleister op, met een berenplaatje. Met berenplaatjes helpen ze het beste.

De pijn een naam geven is ook een soort behandeling, en adviezen natuurlijk, die geven dokters graag.

 

Johan van 16 jaar was door zijn vader gestuurd, want Johan had hoofdpijn. Vader was bang dat zijn zoon net zo’n smerige migraine kreeg als hij zelf had. Johan vond dat zijn vader zeurde. Jongens van 16 jaar gaan namelijk niet graag naar de dokter. Jongens hangen op de bank en dromen van een brommer met 100 kilometer per uur.

Het ging om wisselende hoofdpijn. Hij was er niet ziek van, soms klopte het, soms een strak gevoel, overal, soms erg, soms niet. Alles wat ik vroeg beantwoordde hij nurks met ‘soms’. Het hele beeld was dat van een gewone hoofdpijn. Dat was de diagnose, de naam van de hoofdpijn. Migraine was het niet. Die niet-diagnose was bedoeld voor vader, want Johan wist dat allang.
Ik legde dit uit aan Johan. Gewone hoofdpijn, die heb je wel eens. Dat is niet erg, en gaat over als je even wat gaat doen, sleutelen aan een brommer bijvoorbeeld. Misschien moet je wat minder liggen zappen voor de TV. Meer sleutelen en minder zappen, dat was het advies. En stel je vader gerust, vroeg ik hem. Hij veerde op. Dat was een advies naar zijn hart, meer sleutelen. De andere helft van het advies passeerde hij doelbewust. Het zij zo. Jongens van 16 moet je niet teveel adviezen geven. Ze moeten het zelf ontdekken.

Later hoorde ik dat de hoofdpijn vrijwel verdwenen was, door de diagnose gewone hoofdpijn, niet door het advies. Want zappen en hangen deed hij nog steeds, en sleutelen natuurlijk.