Dokters hebben net als anderen hun sympathieën en antipathieën. Maar die houden we voor ons. Die sympathieën zijn persoonlijk. Ze hebben niets te maken met het gezondheidsprobleem. Zo heb ik een sympathie voor de drinkende, cocaïnesnuivende, liegende en schuldenmakende medemens. Ik vind het sneu volk waar ik graag mee praat. Ze grossieren in tegenvallers en pech. Ze zijn meester in het nemen van verkeerde beslissingen. Ze kunnen wel wat steun gebruiken. Andere dokters zullen meer sympathie hebben voor angstige, hulpeloze mensen met een onwaarschijnlijk aantal gezondheidsklachten.

Ze zijn meester in het niet nemen van beslissingen. Dokters loodsen deze hulpelozen een beetje om de klippen van de geneeskunde heen. Vaak zal de een zijn sympathie de ander zijn antipathie wezen. Maar we laten dat niet merken natuurlijk. We zorgen ook voor antipathieke mensen. We zorgen voor ‘daders’ en voor ‘slachtoffers’. Je zou denken dat dit geen dokterswerk is. Toch is het dat wel. Ze zijn namelijk zieker dan wie dan ook. Meer rokerslongen, kanker, slechte vaten, kreukelig brein, overgewicht, suiker en pijn in hun gewrichten. Ze gaan veel eerder dood dan anderen. Er valt veel te behandelen. Maar vroege opsporing van chronische ziekten, preventieve medicijnen, en adviezen over gezond leven helemaal, dat heeft geen zin. Misschien moeten we er mee stoppen, met de gewone geneeskunde voor deze ongewone mensen. Geen bloeddruk meten of rookstop advies. Geen beweegadvies of afvalprogramma. Laten we dit budget overmaken naar Bureau Jeugdzorg en het onderwijs. Om te zorgen dat hun kinderen de keten der generaties kunnen doorbreken. Tot die tijd blijven wij een beetje zorgen voor onze sympathieke en antipathieke ongewone mensen. Veel dokteren, weinig geneeskundige drukte, dat is het recept.