Krakers willen niet zo genoemd worden. Het klinkt zo grof, vinden ze. Manueel therapeuten heten ze. Dit zijn gespecialiseerde fysiotherapeuten. Dit beroep moeten we onderscheiden van chiropractor, osteopaten, orthomanuelen en craniosacralen. Manueel therapeuten manipuleren wervels. Mobiliseren noemen ze het ook wel, om het allemaal niet zo agressief te laten klinken. Ik verwijs graag naar manueel therapeuten omdat ze soms juist niet manipuleren. Daar hou ik van: eigenwijze professionals die hun eigen plan trekken; die verder kijken dan de wervel scheef staat. Die hun handen thuis houden als een mens slappe spieren heeft, vele andere pijnen, ingewikkelde psychologie of complete uitputting. Zij hebben ook de zelfkraak methode uitgevonden (MacKensey). Ze hoeven namelijk niet zo nodig. Na een paar keer stoppen ze als het niet helpt. Of ze stoppen na een paar keer omdat de klachten over zijn. Dat lijkt me logisch.

Er is geen reden voor chronisch manipuleren. Geen halfjaarlijkse kraakbeurten, ter preventie. Geen ingewikkelde verhalen over het verband tussen wervelscheefstand en het totale lichamelijke, psychische en sociaal functioneren. Natuurlijk kan een pijnlijke wervel met uitstralingspijn allerlei effecten hebben op de rest van het functioneren. Want patiënten zijn meer dan een stapel wervels met een mens er aan vast. Maar we accepteren dat we niet alles begrijpen.

Werkt het, manuele therapie? Vaak genoeg, maar niet altijd. Kan het kwaad, voor nekproblemen bijvoorbeeld? Nee, niet bij manueel therapeuten. Snappen we hoe het werkt en wanneer niet? Nee, niet echt. Is dat erg? Nee, want met ervaring en voorzichtig uitproberen kom je een heel eind, met hulp van moedertje natuur en vadertje toeval.