Bij scheiding wijst de rechter co-ouderschap over de kinderen toe. Wil je alleen het gezag over de kinderen, dan moet je procederen tegen je ex. Vroeger was dat andersom. Rechters dachten met co-ouderschap narigheid voor kinderen te voorkomen. Een begrijpelijke overweging. Jammer genoeg verplaatst de ruzie over de kinderen zich naar thuis. Dit stopt niet, omdat de gezamenlijke opvoeding niet stopt. Bij de oude regeling waarbij één de ouderlijke macht had doofde de strijd uit. Men werd milder door afstand en tijd. Co-ouderschap onderhoudt de strijd. Uitwassen zijn co-ouders die sam-sam doen, fifty-fifty. Jij het ene kind en ik het andere, net als de inboedel. Jij het bestek, ik de tuinstoelen. Nog erger

is 3,5 dag bij de ene ouder zijn, 3,5 dag bij de andere. Ruzie bij de voordeur als er eentje te laat is. Het kind als aandelenportefeuille, waar je 50% profijt van wenst. Andersom komt ook voor. Precieze afspraken over wekelijks heen en weer sjouwen van de kinderen en ze dan terugsturen of in de regen laten staan met hun rugzakje. Dit is niet nieuw allemaal. Maar bij co-ouderschap stopt dit nooit. Schrijnend is het als zo’n kind in de knel behandeld moet worden. Je vermoedt bijvoorbeeld schadelijk wangedrag bij broer van paps. Je wilt dit laten uitzoeken, je wilt het kind steunen, sterker maken. Daarvoor moet diezelfde paps schriftelijk toestemming geven. Die weigert en dus mag het kind niet naar de kinderpsycholoog. Erg sneu was het voor een kinderpsycholoog die wel mondeling toestemming kreeg van een ouder, maar vergat dit schriftelijk te laten bevestigen. Triomfantelijk sleurde die ouder de psycholoog voor de tuchtrechter en werd veroordeeld, de psycholoog dus. Einde behandeling van het depressieve kind.

Co-ouderschap gaat juridisch over gedeeld gezag. In de praktijk gaat het over macht, over jarenlange strijd, tot schade van kinderen.