Dokters houden niet erg van onduidelijke behandelingen. Haptonomie zit in die hoek. “Is het effect wel bewezen?”, zeggen dokters dan. Ik ben wat minder streng. Ik doe zelf ook veel onbewezen geneeskunde met mijn adviezen en schouderklopjes. Haptonomie doet dat ook. Het lijkt me een stelsel van ontspanningstechnieken. Dat kan weinig kwaad, denk ik. Maar hoe het werkt? Ik heb geen idee. Er valt weinig aan uit te leggen, zo is me verteld. Ik moest dat ervaren. Daartoe moest ik op een bijscholingscursus over de haptonomische benadering van plassen en poepen op een skippy-bal gaan zitten en een mij onbekend bilspier loslaten of juist aanspannen. Ik had geen idee waar de juf het over had.

Ik heb namelijk geen persoonlijk contact met aparte spieren. Je valt er vanaf, van zo’n bal, of niet. Veel ingewikkelder is het niet volgens mij. Maar andere cursisten op zo’n grote bal zeiden na die oefening verbaasd ‘Oh, bedoel je dat met zelfvertrouwen in je bekken! Goh, nou!’. Haptonomie werkt dus. Gelukkig hoef ik niet alles zelf te snappen, de lol van samba dansen niet, haptonomie niet. Blijft over de vraag of haptonomie kwaad kan. Het moet namelijk wel beheersbaar blijven als mensen emotioneel worden. En dat worden ze soms bij de haptonoom, van huilbuien tot kosmische inzichten in jezelf. Daar moet je mee oppassen, met emoties; met inzichten ook trouwens. Daarom heb ik het liefst een ervaren hulpverlener, een fysiotherapeut bijvoorbeeld die haptonomie als een techniek ziet en niet als een levenshouding. Een fysiotherapeut met humor en wijsheid. Iemand die soms een beetje moet lachen om zichzelf. Niet teveel poeha dus. Naar dat soort adressen verwijs ik wel eens, naar een therapeut, niet naar een haptonomisch diploma. Of het werkt weet ik niet. Dat het soms helpt is me genoeg.