Ik ken iemand die bij het opslaan van een bladzijde in één oogopslag een spelfout opmerkt. “De jongeman antwoord …”,  een dt-fout. Hij kan niet anders dan die spelfout zien, zijn blik blijft er aan haken. Dit is begaafdheid. Begaafdheid kan uit de hand lopen, zoals bij de student die dwangmatig zijn werkstuk op spelfouten blijft controleren. Hij loopt vast in controle van zijn tekst en zakt voor zijn examen. Dit is milde gekte, maar het is misschien wel dezelfde eigenschap als de begaafdheid van de spellingsdeskundige.

Een ander kan vlot een document doorlezen en direct de betekenis zien voor de kwestie - en voor andere kwesties. En het gelijk opschrijven. Dit kan doorschieten naar overal betekenis zien of zelfs overal een bedoeling in zien.  Dan wordt het een vreemd soort religiositeit. Sociaal struikel je dan. Daarom is dit gekte, maar het lijkt me dezelfde eigenschap. Ook ken ik iemand die een document snel doorkijkt, direct ziet wat er niet in staat en wat dat betekent. Iets zien wat er niet staat en daar betekenis aan hechten wordt in de psychiatrie paranoïdie genoemd. Dezelfde vaardigheid kan dus bij de één gekte worden en bij de ander begaafdheid. De andere kant van de schaal is iets heel slecht beheersen, zoals veel spelfouten maken of veel moeite hebben met lezen. Dan is het een handicap.

Met spellen of lezen is de één gehandicapt, een ander normaal, een derde begaafd en een vierde een beetje gek. Net zo met andere vaardigheden als handigheid, precisie, een vaste schilderhand of vlot praten. In alles kunt u gehandicapt zijn, normaal, begaafd of gek. Daarom zijn mensen altijd ergens gehandicapt in, een beetje normaal, op onderdelen begaafd en af en toe een beetje gek. Anders bezien is niemand volledig gehandicapt, niemand is hoogbegaafd, geen mens is totaal gek. Geheel normale mensen ken ik al helemaal niet.