ZZP-ers zijn vaklui die voor zichzelf werken. Geen baas, alleen opdrachtgevers. Ze werken voor zichzelf, met trots. Die trots waren ze een beetje verloren bij hun baas met de CAO in zijn hand. Ze wilden zelf hun werk indelen, zelf bepalen wat goed werk was, met de klant. Nu werken ze voor zichzelf. Dan maar het risico lopen een keertje ziek te worden. Tegelijk denken ZZP-ers dat ze meer verdienen. Maar meestal klopt hun rekensommetje niet. Ze betalen minder verzekeringen voor verzuim, pensioen of geen werk. Ze lopen dus meer risico. Vandaag hebben ze meer te verteren. Maar als ze ziek, overbodig of oud worden, dan is het armoe.

 

Ziek worden, dat schikt hen dus niet. Laatst sprak ik een 40-jarige timmerman met een zere arm. Of ik zijn arm eventjes kon genezen. Dat leek me niet wijs; geen injectie. Het was beter als die arm pijn zou blijven doen. Dan kon hij voelen wanneer hij moest stoppen, met die vijfhonderd meter plinten, met die dertig kozijnen. Je lijf versleten werken is makkelijk. Jezelf op orde houden, dat is de kunst. Financieel was hij wel slimmer  dan de meeste ZZP-ers. Hij had spaargeld voor een paar maanden en een kleine arbeidsongeschiktheidsverzekering voor daarna. Hij begreep de boodschap: zijn lijf heel houden de komende jaren. Hij ging werk uitbesteden, leerjongens nemen. Slimmer werken, minder lang doorpezen. Een ZZP-er moet niet alleen goed in zijn vak zijn, maar ook gezond, slim en niet bang voor risico’s. Eigenlijk is het dom van bazen om dit soort vaklui te laten gaan. Geef ze een paar honderd euro meer, de ruimte om te werken zoals zij dat goed vinden en ze blijven. Een slimme baas kweekt geen ZZP-ers. Weinigen worden als ZZP-er geboren. Meestal worden ze gemaakt, door domme bazen en door domme CAO’s.