‘Zo kan het niet langer, ik wil euthanasie’. In hun ellende zeggen mensen dat wel eens. Maar bij een euthanasiewens willen we een weloverwogen besluit. Net zoals je weloverwogen besluit te trouwen of kinderen te krijgen. Dat weloverwogen kunnen dokters wel willen, maar mensen verschillen hierin nogal. Je hebt denkers, impulsieven, overleggers en niet-besluiters.

De vierde soort bestaat uit niet-beslissers. Laatst sprak ik met iemand die euthanasie wilde. Tot mijn verrassing bleek hij een niet-beslisser te zijn. Hij dacht dat hij een beslissing moest nemen, bij een algemeen gesprek over zijn einde van zijn leven. Maar besluiten wat hij zou willen als…, dat kon hij niet. Nooit gedaan, besluiten nemen. Zijn hele leven had hij gedaan wat zijn handen vonden. Soms zelfs, simpelweg aanpakken wat hem in de handen werd gedrukt. Maar dan deed hij dat ook. Hij was een vermijder, maar geen wegloper.

We hebben afgesproken het niet meer over het einde van het leven te hebben. Dat luchtte hem op. Ik kon hem zeggen dat besluiten dood te willen vanzelf gaat. Zo’n beslissing klopt aan. En dan zal hij open doen, want zo zit hij in elkaar. Hij hoeft het gesprek over de dood niet op te zoeken. De dood zal vanzelf langskomen. Dat vond hij een geruststellende gedachte.