Een oude dame ligt op sterven. Lang zal het niet duren, want ze drinkt al meer dan een week niet. Haar dochter komt morgen uit Australië over. Dan blijkt de dochter pas een vlucht een week later te kunnen nemen. De dame blijft sterven zonder dood te gaan, zonder te drinken. Pas als haar dochter binnenstapt, naast haar zit, pas dan sluit ze de ogen, met één tevreden zuchtje. Dit is wonderlijk,

want een stevige marinier redt het zelden twee weken zonder drinken; de dame wel, omdat ze dat zo wilde. Nog een wonderlijk verhaal. Een vrouw van 50 jaar overlijdt. Die week vallen alle bladeren van een grote gezonde boom in haar tuin, een paar maanden later is de boom dood. Ze heeft die boom 25 jaar geleden zelf geplant. Ze bewonderde die boom. Nog een verhaal. Midden in de nacht om 3.10 uur schrikt de zus in Canada wakker. “Er is iets met mijn zus”, denkt ze. Ze belt naar Nederland: in gesprek. “I wondered if all was well”, vraagt ze zich af. Even later hoort ze van haar zwager dat haar zus net belde dat ze een auto-ongeluk heeft gehad. Alles is goed afgelopen. Al deze verhalen zijn heel gewoon. Je hoort ze vaak. Maar het volgende verhaal is anders. Deze week liet een jongeman me een wit gebleven handafdruk op zijn bruingebrande rug zien, op zijn linker schouderblad. Het was een kleine rechterhand, met een rare kromme duim en scheve vingers. Niemand had zijn rug aangeraakt toen hij in de zon bezig was, en zeker niet een tijd lang. Zijn vrouw herkende dit als de typische reumatische hand van haar overleden oma. Hij vond dit zo bijzonder dat hij die bemoedigende hand wil houden. Hij laat de hand op zijn schouderblad tatoeëren. Al die wonderlijke verhalen zijn ontroerend. Maar die hand, dat is meer een wonder, met een verhaal.