Handige mensen met een groot hart staan bij de zus van de moeder van hun vriendin te behangen. Dat hadden ze beloofd op een verjaarsfeestje. “Dat doe ik wel even”, toen het gesprek op de logeerkamer kwam. Die zus begon niet gelijk over de kosten. Op verjaarsfeestjes doe je geen zaken. Na een dag ploeteren zegt hij  ‘Laat maar zitten’ op de vraag ‘Wat krijg je van me?’. Ze cijferen zichzelf weg. Zo bijzonder ben ik niet, denken ze. Daarom liggen die ‘doekweleven’ mensen hele weekenden onder de oude auto van de aardige buurman.

Ze leggen straatjes, verbouwen badkamers en vervangen koppakkingen. Graag iets doen voor een ander, zo zitten ze in elkaar. Jammer voor hen kunnen ze zo ontzettend veel, dat ze altijd aan het klussen zijn, voor familie, collega’s en kennissen van kennissen. In verenigingen zie je ze ook, de mensen die goed zijn in het regelen van een feestje, boekhouding, notulen, of opruimen. Bij dokters zijn het de eersten die een avonddienst overnemen.

Ze doen iets niet goed, die energieke, handige doekweleven types. Ze benadelen zichzelf. Ze geven de afwachters niet de tijd te zeggen ‘Dat doe ik wel even’. Ze blijven nogal eens in de kou staan. Geen attentie, kratje bier of cadeaubon. Niemand is thuis als de ‘doekweleven’ mens zelf geholpen moet worden.

Hierbij een tip van een ‘doekweleven’ scheepsmonteur. Hij heeft een auto. Zijn vriend, automonteur, heeft een boot. Ze hebben afgesproken onderling uren te rekenen voor klussen aan elkaars auto en boot. Ze doen dit juist omdat ze vrienden zijn. Zo wordt hun verhouding niet vertroebeld door een soort urenboekhouding. Vanaf toen viel het gemakkelijker uurloon te rekenen voor klussen bij kennissen, hoe aardig of arm die mensen ook zijn. Ze scheiden zakelijk van persoonlijk. Ze klussen nog steeds veel, niet om het geld, maar uit goeiigheid. Hun goeiigheid kan beter de ander een beetje geld kosten dan hen hun zelfrespect. Dat zelfrespect is namelijk onbetaalbaar.