Ik heb nogal heftige types in de praktijk. Aardige jongens in de spreekkamer met een leven vol narigheid als schulden, politiecontacten, verbroken relaties, huisuitzetting, gemept worden of zelf meppen.  Er zitten er tussen die het al dertig jaar lang moeten doen zonder complimentje, zonder een aai over de bol. Dit is allemaal geen excuus voor een scheldpartij, laat staan voor een steekpartij, een dreun voor de harses of weed verkopen aan scholieren.

Gisteren kwam zo’n jongeman voor zijn slaaptabletten en Ritalin. Eigenlijk was hij intens verdrietig. Niets wilde lukken, zijn leven lang. Onlangs, zo vertelde hij, kwam hij zijn ex met zijn kinderen tegen. Die ex zei dat hij de kinderen niet meer mocht zien. “Toen zei ik dat ik ze een volgende keer hartstikke zou vermoorden”.  “Fout”, riep ik, “Geweld mag niet. Jij bent gestoord, zeg!” Daar maakte hij bezwaar tegen, want hij had al acht jaar lang geen geweld gebruikt; wel gedreigd, maar niet gedaan. Hij keek trots. “Dat is knap”, complimenteerde ik. Is ook moeilijk als je boos bent. Heel goed. Dan heb je fase 1 gehad. Nu fase 2, want als je zo blijft praten blieft niemand je. Je ex heeft groot gelijk. Fase 2 is dat je ook niet met woorden mag dreigen met geweld, ook niet als je gelijk hebt. Sociaal gezien worden dreigers uitgekotst. Hij keek me verbaasd aan. Dit was nieuw voor hem. Onrecht aangedaan worden en dan niet mogen dreigen. Ik schetste zijn fase 3. Dat is dat je in je kop handiger leert omgaan met boosheid. Maar zover ben je nog niet. Eerst fase 2. “Tot volgende keer en schrijf je ex een excuusbrief”. Ik zorg graag voor ze, voor deze hulpeloze aso’s. Maar nu ik vorige week zelf met geweld overvallen ben moet ik even geen ex-overvallers in de spreekkamer. Ze moeten nu met me oppassen, want ik draai ze hartstikke de nek om.