Voor zijn 18e was hij al dakloos, een minderjarige zwerver. Waarschijnlijk trok hij van het ene logeeradres naar het andere, of sliep in lege schuurtjes. Het drama dat daar achter zit hoor ik later nog wel eens. Nu woont hij sinds kort op kamers, met hulp van het Leger des Heils. Zijn begeleider stuurde hem, voor een verwijzing naar de psychiater. Want hij had toch wel een nare tijd meegemaakt en dat moest psychisch gladgepoetst.

Maar ja, ik kon er geen psychiatrische diagnose van maken. Geen posttraumatisch beeld, geen depressie. “Ben je wel eens verdrietig?” vroeg ik.

“Dat wel”, zei hij, “als ik vrienden met hun vader zie omgaan. Want dat heb ik nooit gehad. Dan word ik verdrietig”. Trots vertelde hij dat hij ondanks zijn dakloosheid zijn diploma techniek MBO-2 gehaald had, en gelijk een baan gekregen had. Een psychiater leek me niet nodig voor deze sterke jongeman, volwassen geschopt door het leven. Desondanks is hem de deur geweigerd bij het eindexamenfeest van de onderwijswethouder. Want hij had maar MBO-2 en geen MBO-3. Niet iedereen snapt het verschil tussen een bureaucratisch begrip als ‘startkwalificatie voor de arbeidsmarkt’ en prestatie door mentale kracht. Hij wel. Ik ben trots op hem.