Erasmus is de grondlegger van het polderen. Rond 1500 betoogde hij dat meningsverschillen heftig uitgevochten moesten worden, met de pen en met de tong, maar nooit met het zwaard, nooit met het gelijk aan je kant. Oorlog vond hij belachelijk, bijbelvoorschriften geestelijke luiheid. Het ging om het scherpen van ideeën door woordenstrijd, net zo lang tot het minst beroerde compromis gevonden was. Hoe meer afwijkende meningen, hoe beter dat werkte. Dit paste bij de pragmatische tolerantie van de handelaren in de Lage Landen. Zaken doe je met iedereen. Dat was beter voor de verdiensten. Oorlog vonden ze een nogal begrotelijk methode om je gelijk te krijgen.

Dat kon goedkoper, met vergaderen, met iedereen. Eindeloze vergaderingen waren dat, net zo lang tot iedereen met de verschillen kon leven. Er is niet veel veranderd. Huisdokters nu doen niet anders. Ze willen geen ruzie, uit praktische overwegingen. Je wilt nog jaren met elkaar door één deur. Ze praten net zo lang tot ze beiden de minste beroerde oplossing vinden. De slapeloze wil bijvoorbeeld slaaptabletten;  de dokter niet. De dokter gaat dan preken, dat slaaptabletten slecht zijn, ze werken niet, je went er aan. Het moet eerst met yoga en warme melk. Dokters lezen voor uit hun beroepsbijbels, de praktijkvoorschriften van hun beroepsverenigingen. Steile teksten zijn dat. Eerst voorlichting, adviezen en afwachten. Dan pas medicijnen, liefst de goedkoopste en de meest beproefde. Allemaal wetenschappelijk bewezen, dat wel. Maar in de praktijk willen dokter en patiënt wat anders bereiken. Ze willen beiden een beetje hun gelijk halen, binnen 10 minuten, zonder strijd. Daartoe wordt er onderhandeld, over de hoeveelheid, per week of niet, eenmaal daags of zonodig. Beide verliezen de onderhandelingen. De dokter schrijft toch weer een recept tegen zijn zin. De patiënt krijgt minder slaaptabletten dan deze vroeg. Beide zijn tevreden met elkaar, tientallen jaren lang. Er is niets veranderd de laatste 500 jaar.