De één leest voor zijn genoegen een roman, de ander kijkt graag een film. Ik lees graag boeken over epidemieën. Net als in romans en films gaat het in goede boeken ook over nu. In 1340 kwam de pest aan in Europa, bij de Zwarte zee, op de huisratten die meekwamen met de Mongolen. Zeeschepen namen ongemerkt de ratten en de pest met zich mee, naar het hongerende Europa. Want vanaf 1315 was daar hongersnood. Het weer was omgeslagen en bleef eeuwen beroerd.

Lange periodes met regen, rottende gewassen, en vaak strenge winters. Aan de hongersnood en de pest is toen een derde van de Europese bevolking overleden. De sterfte was gemiddeld 30%, in een paar dagen, in sommige dorpen 90%. Het ging dus om een nieuwe bacterie, een ondervoede bevolking met weinig weerstand, en om slechte hygiënische omstandigheden. De pest bacterie is er nog. In de Vietnam oorlog heerste de pest. Daar ging het om verzwakte soldaten, slechte hygiëne en veel ratten in de bunkers. In 1980 gebeurde hetzelfde in Afghanistan onder Russische soldaten. De pestbacterie gaat met zijn tijd mee. Er is in 1997 al een resistente pestbacterie gesignaleerd die niet goed reageert op antibiotica. Dit zijn allemaal drama’s van vroeger of heel ver weg. Maar net als bij een goede roman of film moet ik aan de bedreigingen van morgen denken. Wat namelijk blijft is dat er onverwachte infecties kunnen opduiken waar we geen weerstand – of geen antibiotica – tegen hebben. Nu komen de bacteriën niet meer met de galeien Europa binnen. Infecties komen binnen op Schiphol. Nu is er geen uitgehongerde bevolking, maar huizen vol verzwakte ouderen en ziekenhuizen vol zieke mensen, juist omdat we geen honger meer kennen. Ergens de komende jaren zal er een epidemie komen met het geheel veranderd influenzavirus, wereldwijd, en in een hoog tempo. We zullen er geen weerstand tegen hebben, want ons afweersysteem kent dat nieuwe virus niet. De sterfte zal geen 30% zijn zoals bij de pest. Maar in verzwakte groepen zal er meer sterfte zijn dan ons lief is.

Een schoon verwarmd huis, goed eten, handen wassen voor het eten en op tijd naar bed: het lijken banale adviezen. Maar ze konden wel eens beter helpen dan antibiotica en de intensive care.