Twee wijntjes per dag is goed voor hart- en bloedvaten, zo wordt gezegd, maar niet meer hoor! Dit is een beetje waar, maar niet helemaal. Ik zal u een doktersgeheimpje verklappen. Drie glazen wijn, dat is nog beter! Maar dat durven we niet te vertellen. Alcohol heeft namelijk ook grote nadelen, in de auto bijvoorbeeld, of tijdens zwangerschap.

We zijn verder een beetje benauwd dat mensen er een excuus in zien om overmatig te drinken. We zien niet graag dat de echte drinkers het als smoesje gebruikten voor hun verslaving. Daarom is het goed gefundeerde advies van statistici iets naar beneden bijge­steld, voor een goed doel.

Het is nog vreemder. Het risico op hart- en bloedvaten daalt met één glas, daalt verder met twee en nog verder met drie. Maar bij vier en vijf glazen stijgt het weer tot het bij zes glazen per dag weer gelijk is aan het risico van de niet-drinkers. Voor de kenners: de risico­grafiek is een omgekeerde parabool. Vier glazen heeft hetzelfde verlaagde hart&vaat risico als twee glazen. Pas vanaf zeven glazen en meer – per dag dus – bent u slechter af wat hart en bloedvaten betreft. Jammer genoeg stijgt uw sterfte­risico al voor die zes glazen per dag zo hard dat u waarschijnlijk niet kunt profiteren van uw voordeel qua hart & vaten. En u wordt verwezen naar het consultatiebureau voor alcohol en drugs. Voor bier en gedistilleerd geldt het gunstige effect op hart- en bloedvaten waarschijnlijk veel minder. Jammer voor de Belgen en de Schotten. Er is zelfs een studie van Italiaanse epidemiologen waarbij een maxi­maal effect gezien wordt bij zes glazen wijn, het gebruik van de gemiddelde Italiaanse plattelander. Tekent u die parabool maar. Die studie wordt door niemand geloofd.

U snapt dat al die statistieken niets vertellen over gebroken carrières, gezinsproblemen, ver­dampt familiekapitaal, mishan­del­de kinderen en verwoeste levers.

Hoeveel mag u nu drinken? Vraag het maar niet aan de statisticus, lijkt me. Vraag het aan je collega’s, ‘s ochtends vroeg.