Een indicatie is een toewijzing van zorg, bijvoorbeeld begeleiding bij opvoeding of de wijkverpleegkundige thuis. De wetgever vond dat aparte instanties moesten indiceren. Dat was eerlijker. Dat was beter. U weet dat Nederlandse regels en instanties voorbeeldig maatwerk leveren, voor vloeiend Nederlands sprekende, intelligente, stabiele mensen.

Die vragen een indicatie aan, krijgen budget en vinden een hulpverlener. Vraagsturing heet dat, en transparant natuurlijk. De wetgever was de rest vergeten, de niet-Nederlands sprekenden bijvoorbeeld, of de eenvoudigen, of de analfabete mensen met ernstige problemen. Mensen die weinig kunnen, zonder inzicht in de eigen problemen. Daar hebben we wat op gevonden. We doen het zelf. Uren zijn we druk met indicaties verwerven, met telefoneren, verklaringen, formulieren en vergaderen. We hebben gehaaide indicatie-specialisten aangesteld. Dan maar wat minder wijkverpleegkundigen aan het ziekbed. We zullen ze krijgen, die zorgindicatiewetmakers! Tot onze laatste snik sleuren we budget uit AWBZ of WMO. Laatst vergaderden we over een gezin met ernstige problemen. Man en kind hadden een indicatie, maar voor de begeleiding van moeder ontbrak die. Dat ging ook niet lukken. Ze was niet gestoord genoeg. Geen indicatie, geen geld, geen begeleiding. Dit vonden we sneu, want juist moeder had hulp nodig, om het met man en kind te kunnen redden. Nu moesten hulpverleners zeggen “Is uw man niet thuis? Nee? Dan ga ik weer. Praten met u is niet geïndiceerd; sorry”. Mevrouw en meneer samen spreken doen ze stiekem wel, want dat kan de regering toch niet controleren. Heel listig hebben we voor moeder een andere hulpverlener ingeschakeld die zonder indicatie mag werken; een bedreigde soort. Nu vergaderen we met 9 hulpverleners in plaats van met 8, over hetzelfde gezin. We laten ons niet kisten. Want wij weten voor wie we het doen. Wij wel.