Een vriend van me was ooit kraanmachinist, op de grootste kraan die er toen was. Op een dag weigerde hij een klus. Het was gevaarlijk, schatte hij in. Zijn baas ontsloeg hem direct en deed de heisklus zelf. De kraan viel om, met veel schade, toevallig zonder slachtoffers. Zijn baas heeft hem de volgende dag gesmeekt weer terug te komen. Dit gebeurt dokters ook.

 Soms zijn dokters als de kraanmachinist, of als de kraanbaas. Zelf heb ik het onlangs ook mis gehad. Ik dacht dat de klachten die in zes weken waren toegenomen geen spoed waren op dat moment; twee dagen medicijnen. Hielp het, dan rustig uitzoeken. Hielp het niet, dan voor het weekend de specialist erbij. Ik had dat niet goed ingeschat. De tweede dag was het uit de hand gelopen. Natuurlijk heeft die man er de pest in. Daar moeten we nog een keer over praten, want hij heeft gelijk. Maar wat moet je nu als dokter met zo’n rot gevoel? Dat boze, dat vloeken op jezelf? Die man heeft daar geen boodschap aan. Schat je iets verkeerd in door gebrek aan ervaring soms? Meestal is dat het niet, weet ik uit ervaring. Dagelijks zie ik jonge dokters prima werk doen. Ik zou zo patiënt bij ze worden. Het kan ook teveel aan ervaring zijn. Je hebt zoveel gezien, maar vergeet dat elke gebeurtenis een uitzondering is, of kan zijn. Bij deze man was dat zo, hij had ook iets uitzonderlijks erbij, iets wat je niet kunt zien.

Veel of weinig ervaring, begrijpelijk gemist of gewoon verkeerd ingeschat, dat rotgevoel blijft. De onzekerheid, de zelftwijfel beïnvloedt elke beslissing daarna, weken lang. Dan vindt ik dat ik een rotvak heb. Dan wil ik kraanmachinist worden.