Moeders die dramatische ziektes met hun baby mee hebben gemaakt zijn soms hun geloof kwijt geraakt, het geloof dat het goed komt. Ze weten dat het mis kan gaan, gevaarlijk mis. Vaak ook zijn ze het vertrouwen in dokters kwijt, en in zichzelf. Ze kunnen niet meer goed kijken naar hun zieke kind, niet meer beslissen, niet meer troosten.

 

Zo’n moeder toont haar gezonde achtjarige dochter, met buikpijn, hoest of moeheid. Bezorgd vertelt moeder elke keer weer dat het meisje voortijdig geboren is, en als baby met spoed is opgenomen, met iets ernstigs. Hun moeder-gevoel is gedeeltelijk verlamd. Overbezorgde moeders noemen we dat. Angst dus.

Voor die moeders heb ik een opwekkende boodschap. Zij zijn de grootste experts voor het onderscheid tussen gewoon ziek en ernstig ziek. Zij hebben in het verleden het verschil gezien, andere moeders niet. Ze moeten niet bang zijn, integendeel. Zij weten het beter en zouden juist meer vertrouwen moeten hebben. Als zo’n moeder langskomt en zegt ‘Het lijkt op die darmafsluiting 7 jaar geleden’, dan ben ik extra alert. Want zij kan het weten, anderen niet. Als zo’n moeder zegt ‘Het kind is niet zo ziek als 7 jaar geleden, maar je moet even goed kijken hoor, want er kan altijd wat mis gaan’. Wel, dan bekijk ik het kind grondig, want deze moeders hebben altijd gelijk. Wat die expert-moeders niet meer moeten doen is angstig zitten kijken naar elk vlekje of koortsje. Dat hoeft niet. Want ze zijn de beste.