Postbus 51

Uw wachtkamer ligt vol met folders en opvoedende tijdschriften, over jeuk en enge ziektes. In de spreekkamer licht u voor, u wijst met uw kennis de weg naar gezondheid. Nog liever praat u als een ouderwetse pastoor over de dreigende hel en verdoemenis van alle ziektes die een mens kan krijgen. Uw patiënten moeten zich laten uitstrijken, diëteren, de sportschool injagen, bloeddrukmeten en medicijnen gebruiken, driemaal daags. Uw patiënten doen structureel de verkeerde dingen. Daarom zijn het patiënten.

Dat hele voorlichtingscircus is bedoeld om mensen te leren omgaan met ziektes of ziektes te voorkomen. Dat denkt u tenminste. Het is ook moraliseren wat u doet. U bedoelt het niet zo natuurlijk. U heeft geen oordeel, uiteraard. Maar zo komt het wel over. U bedoelt het goed, patiënten niet. Patiënten zondigen of kunnen dat gaan doen. U bent de medische postbus 51.

 

 

Meer manieren

Hoe doet u dat en helpt dat ook?

U licht voor met woorden, informatie. U gebruikt argumenten, feiten en redeneringen. U bent immers universitair opgeleid. Sterker nog, u kunt nauwelijks anders. Voor uw patiënten echter is dit maar één van de manieren om met elkaar om te gaan. Het is maar één van de manieren om te komen tot gedragsverandering. Vermoedelijk is feitelijk informeren de minst effectieve manier.

In theater, gezin en café worden veel meer methoden toegepast. Denk maar aan knorren, dreigen, overtuigen, inpakken, negeren, ‘ontschuldigen’ [1], troosten, verzorgen, dramatiseren en vergoelijken. Geen van deze methoden is u vreemd, maar in de spreekkamer bent u nauwelijks meer dan een pratende folder. En u denkt tegen beter weten in dat folders tot gedragsverandering leiden.

Het doel is dus gedragsverandering, zelfgestuurde en gewilde gedragsverandering. Even belangrijk is dat mensen vrede hebben met zichzelf en hun gebreken. Beide doelen bereikt u waarschijnlijk makkelijker als u op indicatie gebruik kunt maakt van alle andere manieren.

 

Oom Ot

Mijn oom Ot kon zo mooi vertellen. Die vertelde verhalen die ieders lek en gebrek vergoelijkten, die  overtuigden, dreigden, troostten. Hij dikte de boodschap aan op theatrale wijze. Zijn boodschap was steeds ‘Het is toch wonderlijk mooi allemaal. Laten we er van genieten, of anders er gewoon vrede mee hebben’. Hij vroeg nooit ‘Waarom nou toch?’. Wanhoop was hem vreemd.

Dat is ook ons vak. We maken een afgerond verhaal van ongeordende symptomen. Onzekerheid, zorgen over de toekomst, angstigheid, dat is wat we behandelen, door verhalen te vertellen. Er zit vaak geen logica in als u praat over weerstand, beginnend virus, RAST-negatieve allergie, maagbacterie en zomermoeheid. Uw patiënten hebben geen argumenten nodig als u zegt dat het over gaat, goed komt; of dat het altijd pijn zal blijven doen, maar dat dit niet zo erg is. We vertellen sprookjes. Sprookjes zijn geen leugens. Sprookjes geven het leven zin. Ze moraliseren breder. Ze zeggen ook wat goed is, zonder te vertellen waarom, zonder argumenten. Postbus 51 vertelt alleen wat fout is.

 

Een goed verhaal

Een goed verhaal, vakkundig verteld, dat werkt, geeft rust, geeft houvast. Een goed verhaal is tenminste aangenaam en dat is op zichzelf waardevol. Literatuurverwijzingen zijn niet nodig, niet in de spreekkamer.



[1] ‘Ontschuldigen’ is ontleend aan biecht en vergiffenis. Met enig vaderlijk of moederlijk gezag wordt verklaard dat iemand er geen schuld aan heeft. Uitleg en informatie verstoort het effect. Dat doet de priester ook niet. En er moet ander, meer grijpbaar leed voor in de plaats komen, zodat er dynamiek ontstaat. Verdriet of een moeilijke taak kennen veel meer dynamiek dan verlammend schuldgevoel.