Dag Olivia! Je bent een kleine mooie baby. Je hebt het goed bij je ouders. Voorlopig heb ik er als opa niets aan toe te voegen. Later wel natuurlijk. Want later zul je zelf je pret moeten organiseren. Misschien kan ik een handje helpen. Lastig is dat ik niet zo handig bent. Plannen en organiseren, dat kan je moeder beter. Veiligheid, daar zorgt je vader voor. Zorg dat zij je leven goed organiseren. Dat scheelt een hoop pech die te voorkomen is. Gekke dingen doen, dingen die zo maar in je op komen, dat kan ik je wel leren. En oma zorgt dat we ons een beetje fatsoenlijk gedragen. Eendjes voeren bijvoorbeeld. Je moeder zorgt dat je geen waterangst hebt (afdeling Planning), je vader zorgt dat je je zwemdiploma haalt (afdeling Veiligheid). Maar wij kunnen het in ons bol krijgen en een halfje wit kopen (afdeling Gekke Dingen). Binnenkant van het brood eten we op, de korst voor de eendjes. Je oma vertelt ons dat je bij de kassa niet in dat halfje wit mag graaien (afdeling Fatsoen). Of we kopen

een staatslot. Dat doen moeders niet, want die winst is niet te plannen. Wij doen dat wel en winnen de € honderdduizend. Daarvan kopen we een eersteklas treinkaartje, om patat met mayonaise te gaan eten in Amsterdam. Dat vindt je moeder zonde, van die ton, maar wij niet. We kunnen ook gaan zwemmen in het Weerwater, achter het avonturen-eiland. Het is daar vies en blubberig; leuk dus. Ongegeneerd pret hebben, dat moet je leren. Beschaving is voor als je groot bent. Je oma kan daar overigens anders over denken. Het programma wordt dus 1. Planning (je moeder), 2. Veiligheid (je vader), 3. Gekke dingen doen (je opa), 4. Fatsoenlijk gedrag (je oma).

Volgens mij wacht jou een leven vol pret. En oh ja, draai de vier programmapunten niet om.