Welkom, Nyne. Welkom in de mensenwereld met allemaal aardige mensen. Voorlopig boeit dat niet, al die mensen. Voorlopig gaat het om honger stillen, geluiden snappen, van warmte genieten en je stem oefenen. Daar ben je nu druk mee. Daarna gaan wij aan de slag, maar eerst wat afspraken. Jij wordt opgevoed en ik niet. Voor mij heeft dat geen zin meer. Verder mag ik alles, terwijl jij sommige dingen niet mag doen. Ik hoef je zelfs niet op te voeden. Dat doen je vader en je moeder. Dat is zwaar werk en daar zijn opa's niet voor. Dan nu de plannen. Ik ben van plan verhaaltjes te vertellen, over boterhammen met hagelslag met een glaasje koud water. Dat is lekker. We gaan ontdekken wat lekker is. Soms gaan we slagroom maken.

 Dat zal ik je voordoen, met de mixer. Dat vergt veel oefening, dus we beginnen vroeg, twee jaar oud ongeveer. Misschien moeten we daarna de keuken schoonmaken, zodat je moeder het niet merkt als we er een bende van maken. Bende maken mag, als ik er ben, niet als je ouders er bij zijn. En we gaan op pad natuurlijk. Ik moet je wel waarschuwen daarvoor, want ik hou niet erg van dragen. Dat hoeft een opa niet, vind ik. Slecht of goed weer maakt mij ook niet uit. Dit betekent voor jou lopen, soms in de zon, soms in de regen. Wen maar vast aan het idee. De rest komt later, zoals fietsen, zwemmen, zeilen en liedjes zingen. Dat ga je allemaal leren van je vader en je moeder en ik help een beetje mee. Eigenlijk zijn dat de belangrijkste dingen in het leven: verhaaltjes, bende maken, op pad en liedjes. Ik heb één vraag aan jou: zou je me willen leren zingen? Want dat kan ik niet. Zo te horen heb jij talent. Laten we het houden bij een mooie gedachte, de gedachte dat jij leert verhaaltjes te vertellen en ik leer zingen. Dan is gelukkig worden niet moeilijk. Afgesproken?